dinsdag 1 maart 2016

Verhuisd! Moved!

Ik ben verhuisd naar anneliesdegryse.blogspot.com! I moved to anneliesdegryse.blogspot.com! Welcome there!

vrijdag 24 juli 2015

Unsettled in Seattle. The End.

Waar moet ik beginnen? Met een verontschuldiging wellicht. Voor de lange stilte hier. En het is echt niet dat ik niet geprobeerd heb. Er zitten vier 'concepten' in mijn bloglijst, maar als ik het niet allemaal in een keer neer heb, dan lukt het niet. En om het allemaal in een keer neer te hebben, heb je tijd nodig en die had ik niet meer. De dutjestijd ging naar de Oranjeschool en de avonden nogal vaak naar onrustige Willem of praktische beslommeringen. Maar er is hoop!

Voor wie het nog niet wist: we verhuizen naar Mainz! Inderdaad! Duitsland! Inderdaad! Europa! En waarom vraagt u zich af. Voor een aantal redenen die ik even opsom, niet in volgorde by the way. Om dichter te zijn bij onze vrienden en familie, omdat we het even beu waren om te zoeken na een jaar onzekerheid, omdat in Duitsland kinderen vanaf twee jaar naar school kunnen gaan (zonder dat het een fortuin kost), omdat ik dan ook kan werken en (tot dan toch) weer kan schrijven, omdat we het niet kunnen laten.

Daarom zijn we voor Mainz gesettled, zonder echt te kiezen tegen Seattle. Wat het er niet echt makkelijker op maakt. We laten achter: een prachtige natuur met voor elk wat wils, de auto van mijn dromen, een bruisende stad met voldoende gezellige buurtjes om je in een dorp te voelen maar met alle voordelen (en concerten) van een grootstad, de supervriendelijkheid van Seattlites en last but most important, onze vrienden hier. En dan krijg ik toch een krop in de keel.

Het zijn deze vrienden die ons de laatste week weer hebben bijgestaan zoals alleen echte vrienden dat kunnen. We zijn ingetrokken bij vrienden om ons appartement te kunnen leegmaken, wat niet evident is met twee kleine pagadders. Een andere vriendin heeft ons ontzettend geholpen met onze moving sale en de verhuis van ons king size bed! Nog een andere vriendin hielp met het poetsen, terwijl andere vrienden voor de kinderen zorgden. En het zijn al diezelfde vrienden die er nu voor zorgen dat Frederik en ik even lekker kunnen ontspannen in Portland ZONDER DE KINDEREN. Twee nachten maar liefst! A dream come true! It takes a village, zeggen ze hier, en het is een fantastisch dorp waarin wij wonen.

En dus zitten we nu met een heel dubbel gevoel in onze maag. We zijn helemaal unsettled in Seattle, geen huis meer, geen auto meer, ons hele leven in een kubieke meter is al onderweg naar Europa. En toch moet het moeilijkste nog komen, als we dag moeten zeggen tegen onze village. Al een geluk dat we eerst nog even naar onze Belgische village gaan voor we verder trekken naar Villa Kunterbunt!

Tot gauw!





zondag 19 januari 2014

Beste wensen, beste mensen

Snel, snel, snel. Nu op dit uitzonderlijke moment iedereen slaapt tijdens de dag. Dat betekent dat ik welgeteld nog vijf minuten heb, want zo lang duren deze uitzonderlijke momenten gemiddeld. Eerst en vooral mijn beste wensen. Maak er een fijn jaar van! Wij zijn het jaar alvast goed ingezet met een superlange vakantie op Hawai'i. Laat ik daar in de resterende drie minuten verslag van uitbrengen.

O'Ahu, Waikiki, aloha, palmbomen, verblijf aan het strand, zand, boomhut, visvijver met Koi's: hit bij Janne, Diamond Head, Willem in de zee, openluchtkeuken, ouders/schoonouders, cadeautjes, massa's cadeautjes, snorkelen: zwemmen in een aquarium, Pearl Harbor, kayak's, gemiste zonsondergang, tonijn: rauw en gegrild, China Town, downtown.

O'Ahu, North Shore, palmbomen, golven, GOLVEN, GOLVEN, surfers, body boarders, snorkelen, schildpadden, en nog meer schildpadden, oude suikerrietraffinaderijen, farmers market, heerlijk fruit, schrimps, oude tempel, Polynesian Cultural Centre show: grote-ogen-Janne, shows door Janne in combinatie met microfoon (cadeautje van oma en opa).

Big Island, Puna, geen ouders/schoonouders meer, Janne met ontwenningsverschijnselen, kokosnoten uit de tuin, gecko's, grote kakkerlakken, lava, nog meer lava, vulkanen en -kraters, tropisch regenwoud, Champagne Pond: snorkelen in heerlijk warm water, Hilo, prachtige bomen en planten, onaangetaste groene valleien, vanilla-farm.

Big Island, Kona, snorkelen: de verborgen schoonheid van de zee, schildpadden, babyvisjes, verjaardagsfeestje voor Frederik, zuidelijkste punt met kliffen, boom geplant door Mark Twain, shoppen, papaya voor ontbijt, hamburgers, perfecte strand, perfecter strand, palmbomen, openlucht-luchthaven, volle maan.

En dan volgt dit: Seattle, jet-lag, grijs weer, auto die tijdens het rijden stilvalt (maal zes), een gloeiende Janne, een kotsende Janne, nog minder slaap. Maar ook, en vooral: kerstkaartjes van mensen uit een ver land die ons toch nog steeds niet vergeten zijn, vrienden die ons gemist hebben, vriendjes die Janne gemist hebben, een auto in bruikleen krijgen, kleutertjes die mij juf Annelies noemen, een wolk van een baby, een droom van een dochter en een schat van een man.

dinsdag 22 oktober 2013

I heart Americans!

Hoe gaat het met jullie? Ja, het is alweer veel te lang geleden. 't Was niet van niet willen, maar van niet kunnen. Ik weet al maanden wat ik wil schrijven, maar heb letterlijk mijn handen niet vrij. En alhoewel ik ondertussen al erg snel een e-mailtje met een hand kan schrijven, zowel links als rechts, zie ik dat voor een blogje niet zitten. Nu, genoeg gezeverd, dat laat ik aan Willem over. Straks is het hier alweer gedaan, die handen-vrije tijd. Dus moet ik me haasten. Mij haasten om te vertellen dat Janne bij een vriendin is voor een sleep-over omdat ik letterlijk door mijn benen zakte, op mijn tandvlees zat, het bos door de bomen niet meer zag. Na maanden van wel erg korte nachten was vorige week "la grande finale": een man die in het buitenland zit = Janne ziek. Dat is al zo sinds ze geboren is, maar alleen als oma er niet is om me bij te staan. En dan hoest Janne niet alleen de longen uit haar lijf maar ook alle left-overs uit haar maag. Een vodje van een dochter heb je dan die uitgeteld in de zetel ligt en naar een scherm staart. Maar ook eentje met een rothumeur die je in het midden van een Willem-shift wakker roept omdat ze dorst heeft, om dan haar water te weigeren omdat het geen bubbelwater is. Of bij alles wat je haar aanbiedt om haar wat beter te maken, van medicijnen tot lippenzalf tot thee met honing, NEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEN schreeuwt. Jaja, zieke kinderen, je kent dat wel. Ewel, laat deze miserie nu de aanleiding zijn van een positief verhaal, eentje dat ik al wou schrijven vlak na de geboorte van Willem.

Geef het maar toe. Wij hebben niet zo'n al te best beeld van Amerikanen. We vinden ze veelal luidruchtige idioten met een onverstaanbare liefde voor wapens. Het kunnen alleen maar idioten zijn die hun kinderen wapens cadeau doen, tegen sociale zekerheid zijn en stemmen voor Bush. Idioten die niet weten wat de hoofdstad van Belgie is (Antwerpen toch zeker!) en over alles een film maken om het boek niet te moeten lezen, omdat ze dat blijkbaar niet kunnen, lezen. Het is hier dan ook ontzettend gevaarlijk om te wonen met al die wapens en onwetendheid. Het schietincident dat letterlijk naast onze deur plaatsvond, bewijst het. En wij maar zeggen tegen onze ouders dat het hier veilig is. En toch heb ik hier ondertussen mijn hart verloren aan dat volkje.

Het begint met de ontzettende vriendelijkheid. Bij ons zeggen ze dan: Amerikanen zijn oppervlakkig. Ze slaan wel een praatje, maar dat is het dan. Maar ik vind praatjes slaan heerlijk. Het is zo, zooo, zoooo makkelijk om hier met iemand aan de praat te raken. En zo heb ik trouwens ook mijn beste vrienden hier gemaakt, door gewoon een praatje. Frederik en ik schrokken ons een ongeluk toen we in februari naar NYC gingen. Uit goeie gewoonte zeiden wij vriendelijk tegen iedereen goeiedag die bij ons in de lift stapte, maar we kregen geen antwoord. We vonden het maar kil en koel, die mensen daar, terwijl ons dat nooit was opgevallen als vanuit Belgie in NYC landden. Ik vermoed dat de Amerikanen die in Europa landen zich nog meer een hoedje schrikken.

En dan de solidariteit. Daar geraak ik maar niet over. Bijvoorbeeld toen ik eind augustus begin september met mijn nierontsteking zat. Toen snelden sommige van de moeders van de cooperatieve kleuterklas te hulp met play dates nog voor we kennis gemaakt hadden. Of toen Willem geboren was. Dan zette een moeder een "meal calendar" op poten: mensen kunnen intekenen op een elektronische kalender om je eten te brengen voor die eerste moeilijke weken. Dat was zonder overdrijven een godsgeschenk. Die eerste weken kregen we elke dinsdag en donderdag een heerlijke maaltijd aan onze deur gebracht door de mama's van de coop. En het is echt niet dat dat al die mama's persoonlijke vrienden zijn. Ik maakte me zorgen hoe ik zoveel goedheid kon terugdoen, toen een van de mama's me er op wees dat dat helemaal niet de bedoeling was. Het idee is dat jij dat op jouw beurt weer doet voor iemand die het nodig heeft. Fantastisch toch! Dat noemen ze hier "community". Je bent lid van jouw community en dat kunnen er verschillende zijn: de YMCA, de coop, maar ook het radiostation waarnaar je luistert en de buurt waarin je woont, en draagt bij tot die community zoveel je kan. En kun je niet, dan helpt de community jou. Zo zorgen mensen hier voor elkaar. Solidariteit is er dus met hopen. Het is alleen niet door de staat gereguleerd.

Dat brengt mij terug bij mijn week "in hell". Dinsdagnacht post ik op fb dat Janne ziek is, woensdagochtend brengt een coop mama mij vier zelfgemaakte muffins, woensdagnamiddag komt een vriendin drie maaltijden in mijn diepvries stoppen zodat ik niet hoef te koken, donderdagavond komt een vriend koken en afwassen zodat ik letterlijk niet eens hoef recht te staan. Zondag wordt het brood aan de deur gebracht en gisteren is Janne dus bij vrienden gaan slapen zodat ik de hele namiddag kon bijslapen en 's nachts alleen voor Willem moest opstaan (die van om de twee uur naar om de drie uur borstvoeding gegaan is: HOERA!!). En ondertussen vragen alle coop mama's alweer hoe ze kunnen helpen en of ze een meal calendar moeten opzetten. YES PLEASE! Wat fantastisch toch dat ik nu zelf ook zo'n Amerikaantje in huis heb!

zaterdag 27 juli 2013

Ankerbaby, deel III

Stilte. Zalig!! Free is met Janne en Willem naar het park. Ondertussen zou ik even bijslapen, maar het lukt me niet. Heb last van een mix van duizeligheid en hoofdpijn, slaaptekort dus. O, ironie! Dan maar dit schrijven om twee vliegen in een klap te slaan: jullie op de hoogte houden en mijn frustraties van mij afschrijven, want wee oh wee, wie had ooit gedacht dat mijn lieve Janne zo'n monster kon zijn. Vergeef me voor de felle uitdrukking, maar dat is nu eenmaal eigen aan het genre frustraties van zich afschrijven. Bovendien schrijf ik louter wat menig moeder denkt, daar ben ik zeker van, al voelt misschien niet iedereen de behoefte om die grrrrrrrrr-gevoelens rond te bazuinen. Soit, ik dus wel!

Man, man, man! Alles wat vroeger gewoon de orde van de dag was, de kleine routines die je opbouwt met je peuter of kleuter (omdat ze daar trouwens zelf op staan), zijn nu een aanleiding voor een machtsstrijd zonder einde! Het is echt ongelooflijk hoe die kleine meid zoveel energie en wilskracht heeft om echt elke (vroeger evidente) regel of gewoonte te breken of te betwisten. Ik word er zonder overdrijven hoorndol van.
Een klein voorbeeldje uit de oneindige reeks van voorbeelden:
- Janne, wat wil je eten? Wat wil je op je boterham?
- Koekjesboter. [ Oma bracht een pot speculaaspasta mee uit Belgie, iets wat hier trouwens ondertussen in bijna alle supermarkten te koop is]
- We hebben geen koekjesboter meer. Er is nog confituur, smeerkaas, en roomkaas met honing. Wat wil je dan?
- Koekjesboter.
- Dat is er niet meer. Ik beloof dat we samen naar de winkel gaan om nieuwe koekjesboter, maar nu moet je iets anders kiezen.
- IK WIL KOEKJESBOTER!
- Lieve schat, dat is er niet. Kies voor nu iets anders.
- [Huilend] Ik wil koekjesboter!
(Herhaal 5 keer)

- Kijk, dat is er nu niet. Kies iets anders of je gaan zonder boterham bed in. Wat kies je? Kaas of confituur?
- Koekjesboter.
En in bed gaat ze, waar ze het natuurlijk nog meer op een huilen zet. Na de paar minuten afkoelperiode ga ik haar kamer in:
- Lieve Janne, wat wil je nu eten op je boterham? Confituur of kaas.
En Janne met een grijns van hier tot ginder:
- Koekjesboter.
Ik loop gewoon naar buiten en ze roept me na: "Confituur!"

En dan is er nog die nieuwe gulden regel die ze ondertussen waarschijnlijk al honderden keren gehoord heeft: "Je mag babybroertje niet wakker maken! Slapende baby'tjes maken we niet wakker!" Waarop ze parmantig zijn tut uit zijn mond trekt, met de vanzelfsprekende gevolgen, opnieuw met een grijns op haar gezicht.

Ook het roepen is nieuw. Luid brullen en tegenspreken, in twee talen. Zoals gisteren toen ik de zonnecreme die ze zelf aan het smeren was wat meer wou opensmeren: "NEVER help me!" Dat heb je met tweetalige kinderen.

De dokter zei dat een tweede kindje de grootste aanpassing vergt, niet van de ouders, maar van het eerste kindje. (Dat tweede kindje doet het trouwens goed, hij begint te lachen en te brabbelen.) Ik probeer echt alle begrip te hebben voor dat eerste kindje. Ik knuffel haar extra, zeg dat ik van haar houd (extra), prijs haar extra als ze me helpt, leg uit waarom ik zelf moe ben, wat een baby'tje inhoudt, etc., etc. maar het lijkt allemaal niet te baten. Ze kijkt me aan met een blik van je-weet-wel en geeft me zonder moeite het gevoel de slechtste moeder op aarde te zijn. Tegen de tijd dat Free thuiskomt, ben ik klaar om iemand in elkaar te slaan. Of zoals iemand op facebook heeft staan: "Ever felt like kicking a Chihuahua?" "Every day, every minute of the day!" momenteel.

Voor de rest gaat alles goed.

maandag 8 juli 2013

De doopsuiker



Gezond, schattig en wel




Homies

 


maandag 24 juni 2013

Ankerbaby, deel II

Snel en onsamenhangend. Met schrijffauten en missende woorden door slaapdeprivatie. Willem, onze ankerbaby, deel II.

Met Willem gaat alles goed. 't Is een echte baby. Zo eentje die alleen maar slaapt als hij op iemands borstkas ligt, liefst op de boezem van mama. Zo'n baby die slaapt met een tepel half in zijn mond en heftig begint te zuigen als je aanstalten maakt om hem te verleggen. Telkens opnieuw probeer ik hem heel voorzichtig van mij te halen en in de babystoel te leggen, maar telkens opnieuw gaan na tien minuten zijn oogjes open en nog vijf minuten later begint hij de meest droevige smoeltjes te trekken om dan in een hartsbrekend huilen uit te breken. Vandaar dat Willem het grootste gedeelte van de dag en de nacht doorbrengt op of rond mijn borsten. En vandaar dat ik momenteel weer op craigslist en amazon zit op zoek naar die supersonische babystoel die kan wiegen in drie richtingen in zestien verschillende snelheden met vijfendertig muziekdeuntjes en bijpassende mobiele, in de hoop dat ik hem dan eindelijk eens dertig minuten kan neerleggen. Tot dan moet de stofzuiger soelaas brengen. Herkenbaar, nietwaar?

Met mij gaat het beter. De dokters hebben me opgedragen om elke dag dertig minuten te stappen, en ik zit toch al aan twee blokjes (dat wil zeggen van 55th street tot 60th street), jammergenoeg nog niet zonder pijn. Ver kan ik dus nog niet lopen. Wat betekent dat ik mijn dagen thuis slijt, want veel rondzeulen met een maxicosi en een kleuter zit er nog niet in. Alleen moeders kunnen je vertellen wat een aanslag nieuw leven geven is op je lijf. Dat vind ik zelf mentaal het zwaarste, nek aan nek met het gebrek aan slaap. Gelukkig weet ik dankzij Janne dat dat wel weer goed komt, toch het meeste.

Met Frederik kan het beter. Ik heb een beetje medelijden met mijn man. Want zoals hij zelf zegt, heb ik nu vooral een zoon en heeft hij nu vooral een dochter en die is momenteel niet van de poes. Daar later meer over. Maar hij heeft ook nog een job, een huishouden en een slaapgedepriveerde vrouw met aanhangsel. Terwijl ik vooral deze baby probeer te 'pleasen', rent hij van hier naar daar, van werk naar dochter naar vrouw.
Klein voorbeeld. Zijn baas heeft hem/ons vorige week gevraagd of hij het zou zien zitten om in het najaar nog eens naar Zwitserland te gaan. Dat zou de teller op drie zetten (een totaal van twee en een halve maand) met de olijke belofte dat er dan geen trips meer gepland zijn tot de volgende zomer. Het angstzweet breekt me uit bij de gedachte alleen al, want voor die eerste maand zonder mijn superman krijg ik hulp uit het Belgenland, maar voor die tijd daarna heb ik nog geen helpende hand gepland. Iemand zin in een au-pair ervaring voor een maand? Serieus! De reden voor de vraag is Janne.

Met Janne gaat het minst. Onze mini-miss heeft het zwaar te verduren of beter: wij krijgen het zwaar te verduren. Zowel Free als ik proberen haar echt tegemoet te komen met knuffels en aandacht, maar dat zint haar allemaal niet. Ze peuterpubert 24 op 24. Tot je er echt horensdol van wordt. Alles is het waard om een huilbui van te krijgen. Wat anders gewoon de routine van de dag was, wordt nu een strijd tot in het oneindige. Ze heeft al een aardbeienmelkje, maar nu wil ze het aardbeienmelkje met het koetje er op. Ze kan plots niet meer alleen op het potje of haar schoenen aan doen, we mogen haar haar niet meer wassen of haar gewoon een zoen geven. Alles zegt ze met een huilerig, onheilspellend stemmetje.
Gelukkig gaat ze deze week elke ochtend "op kamp". Dat is dan een speciaal kinderopvangprogramma van de YMCA, maar da's alleen voor deze week. En krijg ik heel wat aanbiedingen van mama's van de coop voor play dates. Maar ik durf momenteel niet verder te kijken dan deze week. Alle tips welkom!

Conclusie: we zien onze peren af, zoals alle ouders van pasgeborenen. Misschien moet er op baby-kaartjes naast 'gelukwensen met de baby' ook 'innige deelneming' staan.

vrijdag 7 juni 2013

Onze willem, dag 1

I did it

Welkom thuis

Een grote zus in de wolken



Hiep hiep auw hoera voor Willem!!

Mijn excuses voor de vertraging, maar het was nogal een bevalling, en het is ook nogal een baby, onze baby Willem.

Maandag gingen we dus mijn mama ophalen op de luchthaven. We hadden op voorhand gezegd dat ze misschien een taxi zou moeten nemen richting ons huis. Dus belde ze heel voorzichtig toen ze nog voor de douane stond. Of het zou lukken om haar op te halen. We waren al onderweg. En al lachend of we daarna onmiddellijk naar het ziekenhuis zouden rijden. Wie weet, zei ik nog.

Ik had ondertussen al zoveel krampen en schoppen te verduren gekregen dat ik op den duur niet meer wist wat ik voelde. Dat was zo toen ik in de auto zat. En dat was ook nog zo toen ik in de luchthaven rondwaggelde op zoek naar mama. Maar dat was niet meer zo toen we richting auto terugliepen. Op dat moment moest ik toch echt even stoppen met wandelen en om adem happen. En Free roept van bij de auto: "Ik geloof je niet!!" Maar het was wel waar. En het bleek ook nog eens om de vier minuten waar te zijn. Dus van luchthaven naar huis, oma en Janne uit de auto, valiezen ruilen en richting ziekenhuis. Mega wee, in de parking, gelukkig al in een rolstoel, met als laconieke opmerking van een omstaander: "I think you are having a baby". En vandaar onmiddellijk in de bevallingskamer om het Amerikaanse circus te laten beginnen.
Ik had al zeven centimeters en weeen om de zoveel minuten terwijl het halve ziekenhuis (zo leek het toch) zich vriendelijk kwam voorstellen als assistant-doctor, of nurse, of midwife, of head of the resident-doctors, van alles en nog wat. Ik weet het allemaal niet meer. Ik weet alleen nog dat ik dacht "IDIOTEN!!! Zien jullie niet dat ik bezig ben!!!" En nog vijf minuten later mocht ik persen (Free zei dat het geen vijf minuten waren, maar uiteindelijk een uur; een mens zijn perspectief verandert wel wat als hij aan het bevallen is). Blijkbaar zat er meconium (of hoe schrijf je dat?) in het vruchtwater en dat betekent in de States dat er dan altijd pediaters bij de bevalling aanwezig zijn. Waarom het er dan drie moeten zijn, weet ik niet. Soit, de hele bevallingskamer stroomde in elk geval op dat moment vol. Ik denk dat er zonder Free en ik gerekend minstens acht mensen in de kamer stonden. Ik voelde me maar een beetje bekeken. Wat een geluk voor zoveel pijn dat je helemaal versuft bent en het je allemaal niet meer kan schelen. Maar na een paar persen (en het getrek en gepotel van iemand die zogenaamd aan jouw kant staat) liep de kamer weer leeg, wat zelfs in mijn staat erg demotiverend was. Het zou dus nog niet voor meteen zijn, het bleek namelijk een sterrekijkertje te zijn, eentje die zo naar boven wil kijken als hij in de wereld komt, in plaats van naar beneden.

De rest van de details bespaar ik jullie. Ik heb nog bijna twee uur moeten "wachten" vooraleer de kamer weer vol liep. En ik zou willen schrijven dat de komst van Willem dan alles goedmaakte, maar dat zou de werkelijkheid oneer aandoen zijn. Want ze hebben hem onmiddellijk weggenomen om te checken of alles okee was, en zijn longen schoon te maken, etc.... terwijl ik nog verder moest "bevallen" van een placenta etc... Het was met andere woorden een zware bevalling en ik ben dan ook langer dan gewoonlijk (in de States althans) in het ziekenhuis gebleven, namelijk twee nachten in plaats van een.
Dat ze mij met zware pijnstillers naar huis laten gaan, vind ik vriendelijk. Het mochten er nog wat meer zijn zelfs. Ik kan ze goed gebruiken. Dat ik nog steeds met moeite rondloop en ze mij toch naar huis laten gaan, kan ik begrijpen. Ze hadden om dat probleem te overbruggen twee verschillende kinesisten langsgestuurd: een 'physical therapist', om te checken of ik van de vijf trappen naar ons appartement zou kunnen stappen en een 'occupational therapist' om te checken of ik in de douche zou geraken. Dat ze mij bijna met een catheder naar huis stuurden, daar hadden zowel Free als ik behoorlijk onze bedenkingen bij. Dan zouden ze me leren hoe ik met dat ding moest omgaan en dan moest ik gewoon. Gelukkig was ik geslaagd op mijn tweede plastest. Geen catheder dus. Wat ons uiteindelijk bijna de das omdeed, was dat onze autostoel afgekeurd is door de verpleegster wegens onveilig. Het ding, dat we in een tweedehandswinkel kochten, is blijkbaar zes maand over tijd. Een babystoel mag maximaal zes jaar oud zijn en wordt daarna als onveilig beschouwd. Maar goed. We waren gewaarschuwd, en mochten dan eindelijk vertrekken richting huis, oma en fiere grote zus Janne.

En nu zijn we dus al twee dagjes en twee nachtjes thuis met onze nieuweling. Vandaag moesten we al opnieuw bij de pediater langs. We, want ik ben nog steeds niet zo goed te been. Daar wilden we toch even checken of alles okee was, want onze kleine Willem huilt nogal veel, en ook erg enthousiast. En hij slaapt alleen maar als hij op iemand ligt. Waarop de pediater met een vriendelijke glimlach zei dat alles okee was, en dat het ofwel beter wordt, of dat we het wel gewoon zouden worden. Gelukkig hebben we hier deze week nog de gewillige buik van oma waar Willem nu ligt op te soezen en is ons snoesje zo snoezig dat het hem ook de volgende weken niet aan gewillige buiken zal ontbreken met een gelukkige mama, papa en zus met stip op 1.
Wordt vervolgd!

zaterdag 1 juni 2013

Wishful thinking

Als ik vorige keer al schreef dat ik er uit zie als een olifant, dan zie ik er nu uit als een hoogzwangere olifant. Ondertussen is de doopsuiker af, zijn de enveloppen al geschreven door een vooruitziende oma, zit in de diepvries nu ook stoofvlees, lasagna en moussaka, is het hele huis gisteren nog maar eens gepoetst en zijn alle valiesjes al lang klaar, zowel Jannes, mama's als de baby's. Dat van Janne hebben we trouwens al getest omdat ik dacht dat het donderdag zo ver was.

Ik heb ondertussen al twee weken af en aan voorweeen (en voorweeen doen ook pijn, geloof me), maar donderdag waren de weeen duidelijk van een ander kaliber. Na een paar uur toch maar Frederik gebeld en dan ons superlief bevallingsbabysittersteam, die Janne prompt kwamen oppikken. Helaas, pindakaas. In plaats van door te zetten ebden die weeen langzaam weg, met weliswaar een rustige avond en een goeie nacht slaap voor Free en ik tot gevolg, maar dat was nu net niet waar ik op gerekend had.

Ik word er een beetje moedeloos van, want door al dat geschop en getrek, gespannen buiken en krampen van de voorbije weken had ik gedacht dat de baby er nu al zou zijn. De baby kan niet anders dan te vroeg geboren te worden, dacht ik, want mijn buik staat al weken op springen en de baby is zo onrustig en het is de tweede en ik was ook te vroeg geboren, drie weken zelfs. Vandaar dat ik tegen een onrustig wordende oma, tevens mijn mama, gezegd had om dan alvast haar vliegtuigticket te boeken. Die bevalling zou niet lang meer op zich laten wachten. Wel, dat heet dus 'wishful thinking' of wensdenken in het Nederlands. Nu hebben we een oma die maandag landt, maar nog geen baby. En daar word ik dan weer behoorlijk zenuwachtig van. Ik verval dan van wensdenken in doemdenken: straks hebben we nog steeds geen baby als oma de volgende maandag alweer vertrekt.

Ach ja, mij zenuwachtig maken zal ook niet helpen, net zoals extreem poetsen (alles in een namiddag poetsen, en wassen en strijken), wandelen in de zoo en in de tuin, tonic en koffie drinken ook niet helpen om die baby van gedacht te doen veranderen. In het slechtste geval hebben we een sterk verhaal waarmee we deze kleine voor de rest van zijn leven mee kunnen confronteren als hij ergens te laat is. Kwestie van nog voor je geboorte al een stempel te hebben.

Annelies

zondag 5 mei 2013

De laatste loodjes....

Ik heb een dagje vakantie! Een dagje helemaal voor mij alleen! En dat komt omdat wij bezoek hebben uit Belgie, wat altijd al fantastisch is, maar voor mij vandaag nog meer. Ik kan namelijk niet meer mee huppelen naar downtown en zo, wegens echt te vermoeiend en pijnlijk. De laatste loodjes zijn echt wel de zwaarste, letterlijk in dit geval. Ik ben zo rond als een olifant en beweeg me ook zo, vermoed ik. Alleen met een rolstoel overweeg ik het nog om op uitstapjes te gaan, maar dat is dan weer te lastig zijn voor Frederik. En zo heb ik dus een dagje vakantie met wat tijd om hier te schrijven en dat is nodig want ik heb groot nieuws: ik heb een job(-je)!

Het begon met small talk op de parking van Target. Zoals wel vaker vroeg iemand welke taal ik sprak met Janne. Alleen deze keer wist de dame al dat het Nederlands was. Haar man was namelijk Nederlander. Ik vroeg of ze hun kinderen (ze hadden kinderstoelen op de achterbank) tweetalig opvoeden en ze zei dat ze dat wel geprobeerd hadden. Ze waren namelijk een tijdje naar de Nederlandse school gegaan, maar hadden het uiteindelijk toch opgegeven.
Ik, thuis, onmiddellijk aan het googlen natuurlijk, en zo kwam ik op de website van de Oranjeschool terecht. Het deed een belletje rinkelen (van eerdere google-zoektochten naar een job), maar toen was ik nog niet helemaal klaar voor 'de promotie van de Nederlandse cultuur'. Niet dat ik een Holland-hater ben, maar hoe kun je als schooljuf de Nederlandse cultuur promoten als je er zelf helemaal niets van af weet? Maar na een nachtje slapen dacht ik van 'laten we gewoon eens informeren, you never know'. En nu loop ik dus al een tijdje stage om dan vanaf september juf Annelies te zijn voor de vijf- en zesjarigen! Dat is dan alleen op zaterdagochtend - 't is dus echt een mini-job - maar ik kijk er erg naar uit! Ik doe al mee aan de leerkrachtenvergaderingen, en moet volgende week al zelfs de juf vervangen! En zo heb ik dus vorige week ook mijn eerste en meteen ook laatste Koninginnedag gevierd (want nu is het een koning!)
Vanaf september worden onze weekends dus wel wat korter, maar het was tijd voor een nieuwe uitdaging. Zeker nu ik binnenkort dubbel zoveel huismoeder word, en we hier nog een jaar langer blijven. Jaja, Free heeft nog een jaar extra aan zijn drie-jaar contract toegevoegd. De volgende twaalf maanden worden namelijk zo ongelooflijk hectisch met een nieuwe baby en een experiment van vier maand in Zwitserland dat zowel Free als ik het koud benauwd kregen bij de gedachte dat we nu ook al zouden moeten plannen waar we volgend jaar naar toe trekken. Dus hebben we die zorg met een jaartje uitgesteld om zo ruimte te hebben voor andere uitdagingen en (vakantie-)plannen! 

En door al dit heb ik zo een gevoel dat de baby nu wel mag komen! Ook al omdat ik echt op ontploffen sta. Ik ben er klaar voor! De verzorgingstafel is geschilderd in het kleurtje van het geboortekaartje, dat ook zo goed als af is, de newborn-pampers en de poepzalf liggen klaar, en er hangen babykleertjes in de kast. De doopsuiker is dankzij ons bezoek ter plaatste. Nu nog wachten op de AVA-doosjes en dat nog even in elkaar flansen, mijn adressenlijst opstellen, mijn diepvries vullen met spaghettisaus, en mijn en Jannes vluchtkoffertje maken. Hmmm, misschien kan ik mijn vakantiedagje maar beter nuttig gebruiken.

Trouwens, we zijn van plan om deze blog te gebruiken om de eerste babyfoto's en bevallingsverhalen te posten. Kwestie om jullie niet allemaal op facebook ofwel op kraambezoek te dwingen.

maandag 25 maart 2013

Party time!

Het zonnetje schijnt, de bomen krijgen blaadjes en de bloesems toveren de straten roze. Kortom, het is lente in Seattle. En lente betekent stress voor Frederik, want lente betekent april en april betekent dat zijn meisjes jarig zijn, en dat we onze huwelijksverjaardag vieren, allemaal in een week tijd. Vroeger was er enkel de stress om het perfecte verjaardagscadeau voor zijn liefje te vinden; nu komt daar bovenop de juiste dosering in aandacht te hebben voor elk feestje afzonderlijk. Niet dat ik veeleisend ben. Maar mijn verjaardag is me dierbaar, iets wat blijkbaar genetisch overdraagbaar is. Nu is er gelukkig een factor die Frederik in het voordeel speelt: hoe mensen hier feest vieren, is nogal anders dan wat wij in Belgie gewoon zijn. Dat hebben wij ondertussen al een paar keer ervaren en we blijven er versteld van staan.

Voorbeeld 1: Frederiks 30e verjaardagsfeestje. Vorig jaar, 9 januari werd Frederik 30 en als nieuwbakken huisvrouwtje wou ik dat niet zomaar laten passeren. Dus stak ik een waar verrassingsfeestje in elkaar. Het moet gezegd dat we op dat moment hier nog niet zoveel mensen kenden, maar door nog een andere jarige te vieren hadden we haar vrienden incluis. Met onze Belgische huisfeestjes in gedachten bakte ik taarten en cupcakes om een half leger mee te voederen, en kocht ik drank en bier waarvan er nog steeds een aantal flessen in onze voorraadkast staan. Maar dat was buiten onze Amerikaanse genodigden gerekend. Toen Free en ik terugkwamen van ons dineetje (wat voor de totale verrassing moest zorgen), zat onze kleine living weliswaar goed vol, maar liep die niet veel later ook weer halfleeg. Mensen bleven een uurtje, dronken een pintje of een glaasje wijn en vertrokken daarna weer. Alsof het een receptie was. Een beleefd praatje en dat was dat. Rond een uur of twaalf was het allemaal afgelopen en bleven Frederik en ik wat verbouwereerd achter met massa's taart en bier.

Voorbeeld 2: een fundraiser. Okay, inderdaad, niet echt een feestje, maar toch een formeel evenement met alcoholische drankjes, wat voor Amerikanen - dat heb ik ondertussen door - ongeveer hetzelfde is. We waren meegevraagd met vrienden en waren erg nieuwsgierig hoe het zou zijn, ook al omdat het een protestantse vzw was die het feestje organiseerde, er een dress code was en het in een van de mooie evenementhallen in Seattle doorging.
Het begon goed met erg lekkere hapjes en wijn a volonte, en met een erg mooie presentatie (een muurlange projectie van mooie foto's uit Tanzania) van hun goeie werken. En dan begon het programma.
Eerst wordt in een sneltempo iedereen naar zijn tafel begeleid. Daarna zet een leger van obers de eerste gang op tafel (iets kouds). Het openingsgebed/motivatiegesprekje van de pastoor wordt begonnen met de vraag om allemaal recht te staan, zodat we elkaar kunnen begroeten als wereldverbeteraars. Na dit startschot haast iedereen zich door het koude voorgerecht, terwijl de ene na de andere spreker zijn speech aframmelt. Ondertussen wordt het hoofdgerecht opnieuw in een recordtijd opgediend. Er lijkt een onuitgesproken code te bestaan om te wachten tot een spreker klaar is en dan stort iedereen zich op de (lauwe) kip met kikkererwten die zo droog zijn dat de obers zich nu bezighouden met waterglazen aanvullen. En dan, nog voor je alles doorgeslikt hebt, staat het dessert voor je neus, waar opnieuw iedereen opvliegt als een bende hongerige wolven. Niet dat iemand nog honger heeft, maar omdat de enveloppen voor schenkingen ondertussen zijn uitgedeeld. En de koffiekannen die al van het begin van de avond klaarstonden, al sinds het hoofdgerecht op tafel staan. En dan na nog eens amper vijf minuten, worden die enveloppen allemaal opgehaald en begint de pastoor aan zijn bedanking/afscheidsgebed, waarbij we opnieuw gevraagd worden om recht te staan en elkaar te bedanken om zo'n goeddoeners te zijn.
Perfect op tijd is het programma afgerond, en is iedereen klaar om weer te vertrekken. En dat is ook de bedoeling. Je bord is ondertussen al opgeruimd en niet veel later beginnen ze zelfs al de stoelen op te stapelen. Een event dat rond 6:30 begon, is om 9:30 netjes afgerond. Daarbij gaat het niet om samen gezellig tafelen, noch om het eten, maar om het programma en de timing. Een bijna griezelige efficientie.

Voorbeeld 3: een verjaardagsfeestje van een vriendinnetje van Jannes preschool. Janne en ik waren erg blij met de uitnodiging, weliswaar voor andere redenen. Ik was erg nieuwsgierig hoe zo'n feestje eruit zou zien, zeker omdat het plaatsvond in het Children's Museum. Dat museum is niet veel meer dan een pedagogisch verantwoorde, supercoole speelplek, met pingpongbal-speeldingen, waterelementen, een nagebouwde supermarkt, bus, boot, en dat soort dingen. Een kinderdroom met andere woorden.
Het feestje vindt plaats in een van de klassen in het museum zelf (gratis toegang voor kinderen en ouders is dus inclusief!): kindertafeltjes en stoeltjes in een ruimte geschilderd alsof je in de zee bent, ballonnen, partyhoedjes, sapjes en druiven, alles voor die kleine snottertjes. Het feestje begon om 10:30, dus komen wij toe om 11:00. Op dat moment worden de dozen vol pizza op tafel gezet. De kinderen storten zich op de pizza, waarna de volwassenen hun voorbeeld volgen. En als de kinderen enigzins dat stukje pizza binnengewerkt hebben, wordt hun elk een cupcakeje voorgeschoteld. De ouders zingen en krijgen ook elk hun taartje, nog voor ze de pizza kunnen wegspoelen. En dan wordt ons vriendelijk verzocht om de ruimte te verlaten. Het is ondertussen namelijk 12:00. En om 12:30 moet het lokaal weer klaar staan voor het volgende feestje. Nadien hoorde ik de prijs van het hele feestje, omdat ik tussen de twee organiserende moeders nog even zat uit te rusten. Een viervoud van 100.
Ondertussen hebben we nog een uitnodiging op zak voor een ander verjaardagsfeestje. En daar staat opnieuw netjes het begin- en het einduur op vermeld. Van 3:00 tot 5:00.
"Party time!!" betekent hier dus iets anders dan wat wij denken. Het is de tijd uitgerekend om te feesten, en daarna is het weer tijd om efficient iets anders te doen, gaande van sporten tot koken, maar meestal betekent het tijd om te werken. Ik ben er zeker van dat "quality time" een Amerikaanse uitvinding is.

Dit alles naar aanleiding van mijn voorbereidingen voor Jannes derde verjaardagsfeestje. Dat vindt plaats op 6 april in ons huisje of tuintje. Iedereen van harte welkom vanaf 15:00. Het einduur kennen we nog niet.

vrijdag 15 februari 2013

Lucky 13!!

Ik weet het, ik weet het. 't Is al veel te lang geleden. Excuus: Janne is niet langer de goeie middagdutter die ze eens geweest is, en aangezien dat dat mijn voornaamste blogmoment was, is deze blog het eerste dat daar onder lijdt. Hoofdexcuus: ik ben zwanger!! Jaja, sinds die nierontsteking. En dat is meteen de voornaamste reden waarom het er maar niet van kwam, want als Janne dan toch al eens een middagdutje deed, deed ik er zelf ook een. En dan was er ook nog de ochtendmisselijkheid, gelukkig met een zorgzame schoonmoeder in de buurt, terwijl Frederik in Zwitserland zat. De familie op de hoogte brengen na die twaalf weken, waar ik ook al geen held in ben. Dan waren het de kerstdagen, dat excuus kent iedereen. En daarna is de rug- en heuppijn begonnen. Kortom, hoera, ik ben zwanger, maar vooral oh nee, waar ben ik aan begonnen?

Je kent ze wel, ik zie ze vooral op de mama-lezingen die ik hier help organiseren in het kader van Jannes preschool: de toekomstige moedertjes met een buikje als een basketbal die voorbijtrippelen in hun leuke zwangerschapskleedjes, terwijl ze een gezond groen drankje drinken en even over hun bolle buikje wrijven. Ik dacht dat ik deze keer wel tot de club zou behoren, nu alles toch al uitgerokken en breder is. Helaas, pindakaas. Niets van dat. Ten eerste groei ik vooral in de breedte, ook al omdat ik niet van de chocola en de koekjes kan blijven. En dat laatste hangt dan weer samen met het tweede: ik heb sinds het begin van deze zwangerschap nog geen enkele ononderbroken nacht gehad. En nu is er vooral ten derde: pijn, pijn, pijn. Dat is dus rug- of heuppijn. In het begin kon ik weliswaar nog stappen, maar wandelingen die normaal dagelijkse kost zijn, werden toen reeds 's avonds afgestraft met rugpijn. En dat is met de weken erger en erger geworden tot ik zelfs even helemaal niet meer kon bewegen zonder pijn. In die omstandigheden is een Chocotoff of vier, of een Oreo-koekje of negen het enige dat helpt, ondanks alle goeie voornemens. (Voor wie op bezoek komt: een zak Chocotoffs en reepjes Kinder-chocolade zijn toch echt wel een must!) Ik ben dus weer niet een bevallige, goedlachse, zwangere mama met een blosje op haar wangen drijvend op een roze wolk. Ik ben eerder een waggelende, puffende zeur die meestal met een grimas van pijn strompelt naar de volgende zitplaats. Ik denk dat ik niet de enige ben in ons gezin die uitkijkt naar het einde van deze zwangerschap.

Maar goed, om het toch nog even over iets anders te hebben, iets wat ik jullie al een hele tijd wil schrijven: Halloween hier is fantastisch. Jaja, het is alweer een hele tijd geleden, maar toch wil ik het nog even kwijt, vooral omdat het me zo aangenaam verrast heeft. Zelf vond ik namelijk Halloween, toen we nog in Belgie waren, maar niks. Zo'n onnozel onding dat vooral door de commercie gedreven wordt. Maar sinds onze laatste Halloween hier, en dan eigenlijk vooral Jannes reacties erop, ben ik echt helemaal van gedacht veranderd. Halloween is het leukste kinderfeestje dat er hier is, want dat is het wel echt hier, een kinderfeestje! Eigenlijk is het een beetje onze Sinterklaas, maar dan zonder allerlei politiek oncorrecte personages.
Ik had niet kunnen weerstaan aan een kabouter-outfit dat ik in Target had zien hangen, al was ik ondertussen bezig om zelf een kostuum te haken. Indeed, commercie, commercie. Maar je mag je kostuum ook zelf maken en dat zijn uiteindelijk vaak de leukste. (Mijn winnaars zijn alvast de drie klein mannen uit een gezin, allemaal verkleed als LEGO-ventjes, gele ronde kopjes incluis.) Mijn Janne is uitgezonderd op die regel. Zij was superschattig met haar niet-zelfgemaakte pinnemuts op.
Overal worden er dan in de tijd rond Halloween kinderfeestjes georganiseerd. Zelf trokken Janne, oma Sjia en ik (Free zat in Zwitserland) naar het feestje van de YMCA (hoe kan het ook anders?). Sindsdien staat voor Janne het begrip feestje gelijk met dansen, lekker eten en koekjes.
Op 31 oktober zelf zijn we dan naar de University Village getrokken, het shoppingcentrum in de buurt, waar de kindjes bij alle winkels "trick or treat" roepen. Daar lopen vooral de allerkleinsten rond, de oudere kids gaan aan de huisdeuren bellen. Na een twee keer oefenen, had Janne door hoe de vork in de steel zat, en hop, weg was ze. Ze heeft echt alle winkels minstens een keer gedaan. Op het einde was ze zo moe dat ik ze moest dragen tot net voor een winkel, waar ze dan zelf haar prijs ging oppikken, om daarna weer gedragen te worden.
Ik beken, ik was helemaal vertederd door die schattige kabouter met haar zakje vol snoepjes. De overwinningsroes van dat zakje heeft nog dagen nagezinderd telkens ze een snoepje koos. En ook oma, mama en zelfs papa die pas een week later terug thuis arriveerde, hebben van de snoepjes genoten, weliswaar in het geniep. Misschien moet ik nu al beginnen aan twee kostuumpjes voor volgend jaar.


vrijdag 28 september 2012

Doktoreren

Het begon met het vermoeden van een blaasontsteking op zondagavond en tegen donderdagmiddag voerde Frederik me naar spoedgevallen. Prima aanleiding voor een spoedcursus Amerikaanse gezondheidszorg. Daarbij een paar voorafgaande opmerkingen.

Wij zijn hier via de unief verzekerd, wat betekent dat wij vallen onder de ziekteverzekering van Washington State, en dat betekent dan weer dat wij hier goed verzekerd zijn. Anders zouden we dit avontuur echt niet eens overwogen hebben.
Vallen onder de publieke gezondheidsregeling betekent echter niet dat het ding dan duidelijk geregeld is. De gezondheidszorg en terugbetalingsregelingen zijn een kluwen van regels en uitzonderingen, waar een kat zijn jongen niet meer in terugvindt. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat onze verzekering wil dat wij in eerste instantie gebruikmaken van zorgverstrekkers die bij hen aangesloten zijn. En voor tanden geldt dan nog eens een ander systeem. Voor meer info over tandartsen hier moet je trouwens bij Frederik zijn. Hij moest een tand laten ontzenuwen, en een kroon laten plaatsen. Een grapje van rond de 1500 dollar.
Ook betaal je elk jaar opnieuw eerst een soort franchise (dat is per persoon 250 $) voor er ook maar iets terugbetaald wordt. Dat verklaart waarom wij een factuur van 310 dollar hadden bij ons eerste doktersbezoek in februari. Uit een nog Belgische reflex gingen we met zijn drietjes gezellig naar de dokter. Dat zouden we nu dus niet meer doen.

Soit, op maandag boek ik via internet een afspraak in de "neighbourhood clinic". Dat gaat vlotter dan bellen naar het call center om een afspraak te maken, want daar moet je meteen ook je hele ziektebeeld vertellen.
Onze "clinic" is trouwens op loopafstand en bevindt zich op de derde verdieping van een nieuw complex. Het dokterskabinet - als je het zo nog kunt noemen- is gloednieuw en super verzorgd. In de lobby moet je je dan aanmelden, waarop een van de drie aanmeldingsdames je blad uitprint met al je gegevens op. (De twee anderen zitten meestal met hun vingers te draaien.) En dan word je opgehaald door de verpleegster die je meeneemt naar een kotteke, waar ze je - standaard - weegt, je bloeddruk en temperatuur opneemt en je dossier via de pc opent en nog eens met je checkt. Zij vraagt wat er scheelt en je doet je hele verhaal terwijl zij wat woordjes typt. Dan word je veelal weer meegenomen naar de wc waar je in een potje moet plassen. Aan de muur hangt daar trouwens een 15-stappen-plan van hoe je een 'proper' staal moet afgeven. Hilarisch. Direct naast de wc is er een stalen deurtje waar je dan je staal achterlaat en dat het laboratorium via hun stalen deurtje onmiddellijk onderzoekt. Een waar urine-doorgeefluik. Veelal nog iemand anders begeleidt je dan terug van de wc naar dat kotteke waar je dan op de dokter moet wachten. En als hij dan via zijn deur binnenkomt (jaja, aparte deur, dokters- en patientengedeelten zijn mooi van elkaar gescheiden), krijg je een kwartier om nog eens je verhaal te doen tegen hem. Het is een ongelooflijk fantastisch gestroomlijnd proces waar Ford fier zou op zijn.
Nu, ik heb dit lopende band-gevoel ook al in Belgie meegemaakt. Ga maar eens naar de gynaecoloog in het Heilig Hart in Leuven. Maar bij de huisarts was het toch nieuw voor mij. Bij de huisarts in Leuven moest ik veelal uren in de wachtzaal zitten, ook al had ik een afspraak, om daarna zelf erg lang bij de dokter te zitten. Dat was niet altijd mijn schuld. Mijn huisarts kreeg om de haverklap telefoontjes van patienten die nog om extra raad of resultaten en diens meer vroegen. Hier heb ik de dokter zelf nog nooit aan de telefoon gehad. Ook niet als hij op maandag de boodschap gaf dat ik hem de volgende dag moest bellen als het niet beter was. En de resultaten van stalen vind ik mooi allemaal op mijn "clinic-account" terug.

Op dinsdag bel ik dus. Je belt echter altijd eerst een call center die je dan doorverbinden naar de verschillende 'clinics'. En zo kreeg ik dan via via de hoofdverpleegster van mijn 'clinic' aan de lijn in plaats van de dokter. Die vraagt me gewoon: heb je rugpijn? en ik zeg neen. Alles in orde dus. Okee, ik geef toe dat ik nogal weigerachtig was om pijn te voelen omdat de dokter mij gezegd had dat een nierontsteking in dit land veelal intraveneus behandeld wordt.
Ik verklaar mezelf dus voor genezen en begin vol goede moed op woensdagochtend aan het huishouden, wat niet lukt. Tegen 's middags lig ik languit in de zetel en rond vier uur - het uur dat ik een nieuwe afspraak heb bij de dokter - kan ik met moeite nog lopen van de pijn. Resultaat? Zware antibiotica en pijnstillers. Op donderdagochtend zit ik met Janne in de zetel terwijl het zwart voor mijn ogen wordt en ik hartkloppingen heb, ondanks die pijnstillers en antibiotica. Rond hetzelfde moment belt de hoofdverpleegster me op met de vraag of het al wat beter gaat. Niet dus. Blitzbezoek aan de dokter, die zeer vriendelijk aan Frederik duidelijk maakt dat hij zelf niets meer kan doen en dat spoedgevallen voor dit soort zaken aangewezen is.

Spoed valt samen te vatten als nog meer plas- en bloedstalen, dokters en verpleegsters in alle vormen en gedaanten, ultrasounds en onzekere diagnoses. Blijkbaar waren mijn arts en de hoofdarts van spoed het niet helemaal eens over mijn geval, waardoor ze allebei langskwamen en ons uiteindelijk de keuzes lieten maken. En dan eindelijk na nog eens vier uur, het verlossende morfine-shot en een baxter met antibiotica. Toen voelde ik me fantastisch en was ik klaar om naar huis te gaan. En zo is het ook gegaan. Na nog een shot van morfine en een boterham met yoghurtje, heeft Free me thuis in bedje gelegd en heb ik voor de volgende twee dagen vooral geslapen.

Ondertussen ben ik weer helemaal genezen en dat weet ik zeker omdat elk genezingsproces hier bij mij eindigt met dezelfde vraag: hoeveel zal dit weer gekost hebben? De prijs van het namiddaguitje spoed is 3618,54 dollar. Daarvan heb ik al een overzicht gekregen. Hoeveel we daar zelf van moeten betalen, is nog niet duidelijk. En ook de facturen van alle doktersbezoeken en plas- en bloedstaaltjes moeten nog beginnen toestromen.
En wij mogen dus echt niet klagen. Mensen die we kennen, hebben elk een parttime job zonder ziekteverzekering. Zelf bijdragen betalen kunnen ze zich niet veroorloven. En dan breekt die kerel zijn pols: een factuur van rond de 5000 dollar. Wat dan weer tot andere verhalen leidt van mensen die twintig jaar lang 20 dollar afbetalen aan het ziekenhuis voor hun ziekenhuisopname in de jaren stillekes. Andere vrienden hebben geen "dental" en zijn al in jaren niet meer naar de tandarts geweest. Bij tandpijn nemen ze een aspirientje.

De moraal van het verhaal: don't get sick! En drink veel water.

vrijdag 31 augustus 2012

Shop till you drop!

't Is alweer effe geleden, maar dat komt omdat het druk, druk, druk is. U vraagt zich af: hoe kan het dat een 100% huisvrouw met een doodbrave kleine (echt wel) en een vent die graag kookt en niet te lui is om af te wassen het druk heeft? Ewel, daar zijn natuurlijk heel wat verschillende redenen voor, zoals veel te veel plannen, een zieke kleine, visa en paspoorten-toestanden, maar ik richt mij vandaag op de vervelendste/voornaamste: het Amerikaanse supermarkt-systeem.

Ze zeggen wel eens dat Belgen van bonnetjes houden. Ewel, Amerikanen doen dat nog veel meer. Het is echt geen wonder dat er hier programma's ontstaan als "Extreme Coupon-ing" of zoiets. De reden is dat de meeste supermarkten hier in het algemeen echt standaard er twee a drie dollar bijlappen, om er die dan via allerlei onnozele promoties weer van af te halen. (Hierop is Trader Joe's trouwens de aangename uitzondering.)
Zo kun je hier ten eerste maar best van elke winkel waar je inkopen doet een soort 'klantenkaartje' hebben. Een systeem dat wij ondertussen ook wel hebben in de Delhaize en Colruyt en wat nog, maar hier kun je enkel van de "speciale" prijs genieten als je zo'n kaartje hebt. En dan heb je ten tweede de wekelijkse promoties, waarbij de prijs van sommige producten dan gedeeld door twee gaat. Op zo'n moment zijn sommige dingen dan spotgoedkoop (zoals een dollar voor grote tandpastatubes) en zijn andere dan pas betaalbaar (zoals veel zomerfruit en tomaten). En dat het de moeite loont om die dingen toch in de mot te houden, dat had zelfs Frederik door (die hier zelden inkopen doet) na mijn verblijf in het buiten-binnenland. Hij had in de ene winkel (QFC) zonder overdrijven het dubbele betaald voor dezelfde fles olijfolie dan in een andere (Target).

Dit alles zorgt ervoor dat ik ondertussen van alle standaardproducten de prijs ongeveer van buiten weet, dat ik elke week de krantjes van onze verschillende supermarkten uitpluis op zoek naar wat ik deze week moet inslaan en dat ik naar vijf verschillende supermarkten ga, afhankelijk van wat ik nodig heb.

Zo gaan we voor kaas, wijn en bier, melk, deegwaren, rijst en allerlei zoetigheden naar Trader Joe's. U bent natuurlijk reeds vertrouwd met deze supermarkt, omdat een trouwe lezer bent. Zonder deze alternatieve supermarkt met hip imago die veel onder eigen merknaam verkoopt en tot hetzelfde concern als Aldi behoort, zouden wij niet kunnen leven. Helaas is het brood niet lekker en vind je er niet alles wat je nodig hebt.

QFC is nummer twee. Dat is vooral omdat het het dichtste bij is. Staat voor Quality Food Center en dat is terecht. Terwijl je bij TJ's al eens buitenkomt met iets dat toch niet super is, zijn de verse waren hier ook echt vers. Helaas betaal je daar de prijs voor op alle andere producten. Tenzij je natuurlijk wacht tot iets in promotie is. Zoals de volgende vier dagen het geval is, want dat vergat ik nog te vermelden. Naast de wekelijkse promoties heb je ook nog de speciale weekend-promoties, naast de nog specialere weekendpromoties, omdat er een feestdag is! Dit weekend is dat het geval: Labour Day! Vandaar dat ik nu al de hele week wacht om deze namiddag inkopen te gaan doen in deze supermarkt.
Ook nog even de winkels vermelden waar wij niet naar toe gaan, zoals Whole Foods, of nog chiquer: Metropolitan Market of PCC. Dat is nog duurder omdat het dan al helemaal voor de milieubewuste, enkel biologisch, alles organic, en blablabla is. Daar doe ik wat kleinerend over, om niet te moeten toegeven dat dat gewoon te duur voor ons is.

En dan hebben we nog Fred Meyer, Safeways en Target. Safeways zou ik eigenlijk naast QFC moeten ranken. Zelfde inhoud, iets goedkoper, maar de promoties zijn minder spectaculair en het ligt wat verder waardoor ik er niet zo makkelijk kom.

Fred Meyer en Target zijn nog een categorie apart, omdat ze naast eten ook kledij en schoenen en speelgoed enzo van die dingen verkopen. Beide winkels zijn goedkoper dan QFC. Alleen zijn ze allebei even rijden, en hebben ze andere "specialisaties", waardoor je soms toch niet vindt in de ene wat de andere wel heeft. Zo ga ik naar Target voor veel van mijn eigen kleren, de uitgebreide apotheker, de goedkoopste pampers en luierdoekjes, allerhande zeep, zakdoeken, wc-papier, en conserven. Maar voor eten en keukenspullen ben je dan weer beter af in Fred Meyer. Daar koop ik ook onze kampeerspullen, bbq-stuf en dat soort non-food spullen.

Dit zijn mijn standaarwinkels. Je hebt echter nog heel veel andere winkels die ik nog niet ontdekt heb. Er bestaan ook nog heel veel winkels met systemen a la de Macro, waarbij je een lidkaart moet kopen vooraleer je binnen mag. Dat heb ik van horen zeggen. Daar kun je dan in bulk aankopen, maar dat lijkt mij voor ons appartementje dan weer van het goede te veel. Tenzij ik natuurlijk zo'n afschuwelijk plastieken tuinhuis ergens in promotie op de kop kan tikken. U brengt me op ideeen. Hmmmm.

zaterdag 11 augustus 2012

Roadtrip XXL

Het zal een schrijfsessie worden in vijf keer, want ik wil hier de route beschrijven van onze vakantie en dat zijn te veel natuurwonderen om op een avond in lettertjes om te zetten. Misschien moet ik beginnen bij onze laatste ontdekking die eigenlijk zelfs niet in onze vakantie zat, maar ons vorig weekend/kampeeruitje vulde: Mount St. Helen.
Wat deze dame onderscheidt van de andere vulkanen met al even statige namen als Mount Rainier, Mount Hood, Mount Adams,... (jaja, een bergketen van vulkanen), is dat ze nog niet zo lang geleden de lucht in ging. We spreken over 1980, wat in geologische termen echt nog maar een habbekrats is. En alhoewel de natuur zich razendsnel herstelt, is het toch nog steeds een landschap in herstel.
Het is echt een fascinerende plek om te vertoeven. Je loopt nog op het puin, terwijl er toch weer overal mooie bloempjes en struiken piepen. Op nog andere plaatsen staan er toch alweer flinke bomen die echter nog steeds dwergjes zijn in vergelijking met de dode boomstammen waar ze naast staan. Of je kijkt neer op een meer dat lijkt vol te liggen met takjes, maar eigenlijk gaat het om honderden boomstammen die in het meer gesleurd werden door de tsunami die op de vulkaanontploffing volgde. Vulkanen, dat was ook de rode draad doorheen de eerste week van onze trip, al geldt dat eigenlijk voor ongeveer elk landschap aan deze kant van de States. Soit.

(tweede poging) Bon, de uitvoerige beschrijving, dat wordt niks, omdat ik dat niet tijdens een middagdutje getypt krijg. Vandaar een eerder power-point-achtige presentatie van al dat moois. Kwestie om jullie nu echt tot de aankoop van vliegtuigtickets aan te zetten.
Eerste halte: Columbia-falls, de plek waar de Columbia-river over de Cascades gaat. Het levert een mooi landschap op van heuvels en waters, afgewisseld met stopjes aan sprookjesachtige watervalletjes. Dit is volop Lewis en Clarke-territory. Het Westen van de States werd door deze twee avonturiers voor het eerst geexploreerd. Hun missie was een doorsteek te vinden tot aan de oceaan en ze zijn daar via de Columbia in geslaagd. Denk aan pioneers, indianen en bekijk de film Meek's Cutoff. Op zondag was het heet. Vandaar dat we besloten om in het staatspark aan het water te gaan liggen, bleek dat een van de twee naaktstranden die Oregon rijk is te zijn. Haha.

Daarna via The Dalles richting John Day Fossil Beds landinwaarts getrokken. Zo kom je van een boslandschap terecht in een woestijnlandschap, inclusief rotsen en basaltzuilen en de grijsgroene sagebrush-vlakten: woestijn in de hoogte. Steeds minder bewoning, steeds meer pick-up trucks. Nu en dan een dorp, waar de superette de enige place-to-be is, als er al een superette is.

Tweede halte: John Day Fossil Beds. My favorite! Dit vond ik van het mooiste dat ik in mijn leven al gezien heb: canyons uit blauwe klei, heuvels die lijken alsof de indianen ze geschilderd hebben (zie 'The Painted Hills', de meeste van Frederiks foto's op facebook zijn hier gemaakt). Echt prachtig. Al dit moois door de opeenvolging van gigantische vulkaanuitbarstingen en ijstijden. De naam van dit national monument verwijst trouwens naar de uitzonderlijke hoeveelheid van fossielen die ze in deze streek nog steeds vinden.

Daarna via Bend opnieuw de hoogte in. Onze eigen kennismaking met vulkanen en alle fenomenen die deze natuurkrachten met zich mee brengen: lava-tunnels, kratermeren, obsidiaan-stromen, as-heuvels.
Bijvoorbeeld Lava River Cave bij Newberry National Volcanic Monument: een tunnel waar de lava zich doorheen geboord heeft. Donker, heel erg koud, maar met steenlagen die fascineren. Of een 'obsidian-flow': letterlijk een heuvel van obsidiaan.

Derde halte: Diamond Lake en Crater Lake. Diepblauwe meren die achterblijven nadat de top van de vulkaan implodeerde. Zeer mooi, opnieuw. Elk uitzicht een postkaartje.  Alleen jammer van de muggen. Het bleek het seizoen te zijn en dat hebben we geweten. Het was zonder overdrijven onmogelijk om er te blijven zonder een dikke laag muggenspray.

Vierde halte: Lassen Volcanic National Park. Inderdaad, weer een vulkaan. Dit keer een met de top er wel nog op. Wat Lassen zo fenomenaal maakte, was de gigantische kokende mud-pot, de grootste ter wereld, ook Bumpass' Hell genoemd.
Deze arme stakkerd zag de miljoenen al liggen toen hij deze plaats ontdekte. Hij plande om stinkend rijk te worden als gids voor wat volgens hem de toeristische attractie bij uitstek zou worden. Helaas stapte hij tijdens het gidsen in een van de bubbelende modderpoelen en verloor hij zijn been. Exit gidscarriere en miljoenen. Maar hij had wel gelijk qua toeristen-potentieel. De wandeling naar het gebied is op zich al fantastisch en dan hoor je langzaamaan steeds meer iets blazen, en begin je viezigheid te ruiken en plots kijk je neer op een landschap vol kleuren en stoomwolken. Stinkend fascinerend.

Vandaar naar de kust getrokken langs een route die google maps ons aanraadde, het was trouwens ook de enige weg van oost naar west. In het begin viel dat nog mee. Zolang we in het gigantische 'staatsbos', ofte 'national forest' reden was de weg tamelijk onderhouden, maar zodra we uit het bos waren en echt op de hoge heuvelflanken reden, was de weg op veel plaatsen letterlijk weg. En dan denk je: "Oh my God! Dit is de States!" en begrijp je waarom mensen met een RV rijden.

Vijfde halte: de Redwoods. Neen, geen sequia's. Redwoods. Bomen zo dik als auto's en zo hoog als flatgebouwen. In de reisgids stond er dat het lijkt alsof je in de prehistorie rondloopt en er is iets van aan. Je bent gewoon elk 'menselijk' perspectief kwijt, je bent gewoon piepklein tussen deze giganten. Zelf vond ik het fantastisch om te kijken naar de auto's die voor ons reden, want dan leken die auto's miniatuurtjes in vergelijking met die bomen naast hen.

En dan zijn we vandaar de hele kustlijn, highway 101, afgereden naar het noorden. Wat dat meebrengt, zijn opnieuw postkaartjes van uitzichten van stranden met rotsen, een zeegrot met een zeeleeuwkolonie, een duinengebied van vijf kilometer breed, waarbij je je in de Sahara waant, en walvissen, die we jammergenoeg niet gezien hebben (maar we kunnen jullie nu wel adviseren!), een vergeten bankkaart die met de post teruggekeerd is :-))  

En zo bracht highway 101 ons bij onze laatste halte: Olympic National Park. Op de kaart maar een boogschot van Seattle, maar in werkelijkheid gaat het om een ondoordringbaar staatspark zo groot als Vlaanderen. Aan de kant van de oceaan neemt dat de vorm aan van prachtig regenwoud, met mosslierten tussen en op de bomen, opnieuw gigantische bomen en varens overal waar je kijkt.

Het was echt een fantastische trip, waar ik Free voor wil danken want hij had tijdens mijn maand in Belgie alles uitgezocht en uitgestippeld. Ik spaar trouwens alle foldertjes en kaartjes zodat we jullie geheel voorzien op weg kunnen sturen volgende zomer.

Voila, ik hoor Janne huilen. Dat wil zeggen dat ik het zelfs niet ga herlezen. De schrijffouten krijg je toe.

Annelies

dinsdag 3 juli 2012

Op jaarlijks verlof

Zaterdag vertrekken we op vakantie voor twee weken. Daar kijk ik erg naar uit, want in tegenstelling tot wat de titel doet uitschijnen hebben we vorig jaar helemaal geen vakantietrip samen gehad. Ik had niets anders dan vakantie, terwijl Free niets anders dan werk had. En bovendien geldt in dit huishouden dat een echte vakantie een uit de kluiten gewassen roadtrip van formaat is, die onze auto omtovert in een ware mini-mobile-home. Sinds de komst van Janne hebben we onze formule weliswaar een beetje kindvriendelijker moeten maken, maar we winnen steeds meer terrein terug.
Een van de andere voornemens bij mijn terugkeer uit Belgie was namelijk om elk weekend te gaan kamperen tijdens de zomermaanden en dat lukt aardig. Het lukt niet elk weekend (ik had de pijl hoog gemikt), maar toch een keer om de drie weken.

Onze try-out was vier dagen in het 'state park' op Orcas Island, een van de San Juan-eilanden in de Puget Sound. De schoonheid en het ongelooflijke uitzicht van op de top van het eiland ga ik hier niet beschrijven, want dan val ik in herhaling. Wel wil ik het hebben over onze koddige peuter. Ik maakte me namelijk een beetje zorgen of dat wel zou gaan om te gaan kamperen met zo'n mini-mensje.
Welnu, eerlijk is eerlijk. De eerste nacht was geen super succes. Janne werd een aantal keer wakker en wij waren bezorgd dat ze te ver in haar buitenslaapzak naar beneden zakte. De nachten daarna hadden we de truc om dat te vermijden gevonden en terwijl wij het best wel koud hadden, lag Janne als een roos te slapen in haar drie slaapzakken.

We waren zo laaiend enthousiast dat we bij thuiskomst onmiddellijk een nieuwe campingsite reserveerden voor het weekend daarop. Dit keer trokken we over de bergen naar het oosten van het land en dat was een verrassing van jewelste. Wacht, ik neem je even mee.
Eerst rijd je door de bossen. Bomen, bomen en nog eens bomen, en langzaam stijg je en stijg je. Tot je dan tussen de wolken rijdt en je de vieze bruine sneeuw tussen de bomen ziet liggen en er grote parkings en skiliften naast de weg liggen. We zitten nu middenin de Cascades, een bergketen van vulkanen en rotsmuren die van noord naar zuid loopt langs de 'Ring of Fire'. Maar we rijden verder, en het wolkendek trekt langzaam open, en de zon komt piepen. Het landschap wordt vlakker, lichtglooiend, en de vegetatie verandert. Meer loofbomen. Maar we rijden nog verder en de bomen verdwijnen. En het landschap is nog steeds glooiend, maar heeft steeds meer weg van een woestijn. Lage struiken, veelal 'sagebrush', wat voor grijsgroene landschappen zorgt. Dit alles op twee a drie uur rijden. Fenomenaal.

Dat weekend trokken we naar het 'Gingko Petrified Forest State Park', waar ze overal versteende boomstronken opgraven. Ik laat de superinteressante geologische verklaring voor het fenomeen hier achterwege. Ik beperk me tot het weetje dat de ijstijden die na die gigantische lavastroom kwamen dan voor de 'canyons' zorgden die het gebied rijk is. Het is nog niet echt de Grand Canyon, maar het komt op sommige plaatsen toch aardig in de buurt. Daar ben ik echt nog een keer verliefd geworden op Washington State. De vele rotswanden zijn niet alleen een paradijs voor klimmers, maar ook voor basaltzuilliefhebbers zoals ik. Google maar eens 'The Feathers, Vantage, Washington' en je begrijpt wat ik bedoel.
Vorig weekend hebben we een andere 'canyon' aangedaan, nabij Naches en Yakima. Eigenlijk een beetje de nationale weg nummer 12 van Yakima tot Centralia gevolgd die door het Snoqualmie National Forest loopt. En het was opnieuw adembenemend. Ik begrijp nu waarom sommige mensen hier een tattoo van Washington State op hun arm hebben. Zelf denk ik eraan om de sticker te kopen en op onze auto te kleven.

Op zo'n weekendtripjes wisselen we de autoritjes af met wandelingen in een van de heel vele nationale of staatsparken. Ondertussen zijn we ook voor die wandelingen volledig uitgerust met stevige stapschoenen en papa-taxi zoals we de kinderrugzak noemen. Gelukkig, want vorig weekend scheelde het geen haar of ik was op een 'gopher snake' getrapt. Dat beest was zeker een meter lang, maar bleek - uit onderzoek terug thuis - niet gevaarlijk. Ik had nog maar pas tegen Free gezegd dat dat wel voldoende 'excitement' was voor een dag of we zagen onze volgende slang al en dit keer wel een gevaarlijk model: een ratelslang, gelukkig van baby-formaat. (Janne hing bij dit alles hoog en droog in de papa-taxi.)

We zijn dus helemaal klaar om op vakantie te vertrekken. Onze schoenen zijn ingelopen, onze mobile-home geraakt georganiseerd en onze Janne is er klaar voor. Ik heb de fout gemaakt om nu al te zeggen dat we op vakantie gaan en in de tent gaan slapen. Nu zegt ze elke dag minstens een keer: "Tent opzetten? In de tent slapen?" We trekken voor het eerst buiten de staat. We gaan vooral Oregon en het noorden van California exploreren. De volgende twee weken dus geen schrijfsessie. En dan volgt wellicht een nieuwe lofzang voor de wonderen der natuur getiteld "I heart all the States".

Annelies

Ps. In The Economist van deze week stond er dat ze een nieuwe overheidsdienst oprichten om opnieuw meer toeristen naar de VS te lokken. Het toerisme naar de VS zou onder de Bush-administration fel geslonken zijn. Misschien moet ik daar eens solliciteren:-)




donderdag 28 juni 2012

Het leven zoals het is

Pppppppppppppppffff (diepe, diepe zucht). Naijver. Ik weet het. Het is niet mooi, maar hebben we er bij momenten niet allemaal een beetje last van? Ik baal een beetje diep van binnen dat ik ben wie ik ben. Ik weet het. Ook dat zou niet mogen, maar is dat nu net niet wat naijver is? Ik baal van mijn mentale queeste: goeie voornemens maken om 'beter' te doen en er dan zelfs niet aan te beginnen (een reeks voorbeelden volgt). Ik baal gewoon een beetje en wil jullie graag laten meedelen.

Het is begonnen met een google-tocht naar een patroon voor een kinderrokje. Zo ben ik op de mega-fantastisch-coole blog van Mme Zsazsa gestoten. Jaja, jullie zullen ze al allemaal wel kennen, die madame. Digibeten zijn nu eenmaal altijd de laatsten om zoiets te ontdekken. (Voorbeeldvoornemen 1: ik wil geen digibeet meer zijn; ik ga met een pc leren werken en eindelijk mijn digitale fotoboek in orde maken; nog steeds niet gebeurd). Wat een blog, zeg! En ik die dacht dat ik goe bezig was als ik minstens een keer per maand iets geschreven heb. En dan wat er op die blog staat! Patronen, recepten, moestuintips,... Hier sta ik dan met mijn twee tomatenplantjes en mijn twee pompoenplantjes. Ik dacht al dat ik groene vingers kreeg. Een mens voelt zich voor minder een loser. Zie vooral ook de weekmenu's. Niet alleen maakt de madame een weekmenu (ik heb meestal al moeite bij het avondmenu); de manier waarop ze dat dan opschrijft, is al zo creatief dat ik bij het zien van haar handschrift al denk dat ik maar beter mijn vingers amputeer, kwestie om het nooit zelf te moeten proberen.

De volledige waarheid is dat ik altijd gedacht heb dat als ik maar de tijd zou hebben om een 'domestic goddess' te zijn, dat ik dat dan ook zou zijn. Maar nu het zover is, valt dat dik tegen. Ons huisje is niet het pareltje geworden dat ik voor ogen had (voorbeeldvoornemen 2), ook al omdat dat - zelfs in IKEA - nog steeds een dure grap was. Janne noch ik lopen hier rond in allemaal zelfgemaakte, leuke rokjes en bloesjes. (De enige rok die ik zelf gemaakt heb, draag ik niet, want hij is niet perfect genoeg naar mijn goesting. Bovendien zijn t-shirts en broeken in katoen gewoon veel handiger. Conclusie: Naaien is verdomd veel werk voor wat je uiteindelijk gewoon in de winkel kunt kopen. Ik vermoed dat tuinieren een gelijkaardige conclusie zal opleveren.)
Mijn 'cupcakes' zijn te vreten, maar verre van 'te mooi om op te eten'. Ik ben al content als ze niet zwartgeblakerd uit de oven komen en ben daarna te lui om ze nog deftig te versieren; mijn 'chocolate chip cookies' maak ik door het pakje open te schuren en de deegblokjes op een bakplaat te leggen. Ik maak ook nog steeds deftig gebruik van Free's kookkunsten, maar ook van de pizzatent op de ene en de hamburger-'place' op de andere straathoek. Kortom, ik ben geen plaatje van een huismoeder geworden door de extra tijd.

Gelukkig heb ik ondertussen ook al wel geleerd dat dat het probleem net is: het plaatje. Het plaatje klopt altijd, om het zo te zeggen. Wil je iets leuker maken dan het werkelijk is, maak er dan een foto van. Ik durf zelfs te beweren dat als ik een foto zou maken van mijn handschrift, dat het er dan zelfs cool uit zou zien en dat mijn rok perfect zit op de foto. (Deze morgen nog in de Y hoorde ik hoe zij bij het maken van fotocatalogen voor kleren gewoon alles met kleefband dichtkleven om naieve zielen zoals ik die kleren te laten kopen.) Sterker nog, ik stel zelfs dat Plato het helemaal verkeerd had met zijn grotverhaal. De buitenwereld was verre van perfect, maar de filosoof maakte er zo'n leuke en wervelende diavoorstelling van dat de mensen in de grot hem uit naijver een kopje kleiner maakten.

Al dit om te verantwoorden waarom ik geen foto's op mijn blog zet. Kwestie van jullie de naijver te besparen. Wie mijn huis wil zien, mijn cupcakes wil proeven en commentaar wil geven op mijn gat in deze rok, moet zelf maar komen kijken.

Annelies

dinsdag 12 juni 2012

To work or not to work

Vorige week had ik een lang epistel geschreven. Jammergenoeg was Janne vroeg wakker geworden en dan was het moment voorbij en leek me de boodschap al gedateerd. Bovendien leest niemand graag over iemands baalweek. Alhoewel... Soit, vandaag ga ik daarom wat knippen en plakken omdat ik uiteindelijk begonnen was over de vraag die velen al gesteld hebben. Waarom werk ik hier niet?

In eerste instantie mocht ik hier niet werken, aangezien ik een visum van een 'aangetrouwde' ben. Ondertussen is dat verholpen omdat ik een werkvergunning heb aangevraagd en gekregen. Het grootste probleem is echter kinderopvang.
Ik heb hier hetzelfde probleem als alle andere moeders hier. Kinderopvang, noch kleuterscholen zijn hier gesubsidieerd. (Kleuterklas is pas verplicht vanaf vijf jaar, wat betekent dat de staat pas scholen subsidieert vanaf vijf jaar). En dat maakt kinderopvang, net als kleuterscholen totaal onbetaalbaar.
Wat vaker voorkomt dan 'creches' zijn 'nanny's' omdat deze - veelal - studentinnen flexibeler zijn dan echte creches, maar ook zij vragen makkelijk vijftien dollar per uur. Zelfs de babysitters voor vrijdag- of zaterdagavonden vragen die prijs, wat ervoor zorgt dat jonge ouders zoals wijzelf hier niet weggaan, of met vrienden een beurtrol afspreken om te babysitten op de kids.
Dat betekent ook dat je bij elke mogelijke job de afweging maakt of je loon wel de opvangkosten voor je kleine dekt en of het dat wel waard is, en dan is de rekening vaak gauw gemaakt, laat staan als je meerdere kinderen hebt. Dat verklaart meteen ook waarom ik hier de regel ben wat in Belgie de uitzondering is.

Zoals sommigen onder jullie weten, had ik gesolliciteerd in de Duitse kleuterschool voor een job die nog niet bestond. Van een collega van Frederik wist ik dat de school aan het groeien is, maar last heeft van organisatorische hick-ups. Ze moeten voor hun werking vooral beroep doen op vrijwilligers, maar die moeders zijn behoorlijk overvraagd. Daarom bood ik mijn organisatie-talenten aan mits een klein loon en een verlaagd tarief voor Janne. In tegenstelling tot de cooperatieve kleuterklas (waar ik het verder nog over heb), biedt deze school vier lesuren per dag aan, zonder dat ik dan aanwezig moet zijn, maar doet dat natuurlijk niet voor niets. De prijs voor een schooldag is driehonderd dollar per maand en dat wordt met honderd dollar verhoogd voor elke schooldag die erbij komt. De deal leek me voor alle partijen gunstig. Janne zou full-time naar de kleuterklas kunnen gaan, ik zou werken op de uren dat Janne er is, en zij zouden mij het minimum kunnen betalen doordat ik via Frederik al goeie gezondheidszorg heb. Maar de deal is niet doorgegaan omdat de school niemand extra kan betalen. Plan b dan maar.

Plan b is trouwens wat de meeste ouders hier doen: een cooperatieve kleuterschool kiezen voor hun kleine, omdat het de meest betaalbare optie is. Dat wil zeggen dat de kleuterschool wordt gerund door de ouders, wat concreet wil zeggen dat ik meer uren voor de school zal werken dan dat Janne in de klas zal zitten. In ruil voor vier uur kleuterklas, twee op woensdag en twee op vrijdag, moet ik twee van de vier uur aanwezig zijn om toezicht te houden, twee maal per jaar een dag de school gaan poetsen, en twee uur in de maand op een vergadering gaan zitten als klasvertegenwoordiger in de grote cooperatieve koepel, naast de 100 dollar die we maandelijks moeten ophoesten. Een groot engagement dus, dat ik helemaal zie zitten.

Toen ik nog in Belgie was, heb ik Frederik meermaals op het hart gedrukt dat ik het niet zag zitten om full-time te moederen. De eerste maanden was dat aspect van onze 'move' ook het moeilijkst, toch voor mij. En ik vind het nog steeds niet leuk dat mensen alleen maar vragen wat mijn man doet, nooit wat ik doe of deed. Maar de hele waarheid is dat ik steeds meer een echte Amerikaanse "house mom" word, een moeder die 's morgens dankbaar gebruik maakt van de twee uur kinderopvang in de Y terwijl ze gaat sporten of haar boekjes leest (in mijn geval The Economist en InStyle), en in de namiddag haar kinderen (in mijn geval Janne) overal naartoe meezeult, op play-dates bij andere moeders, of naar het park of shopping uitstapjes (en dat zijn er hier veel, uit noodzaak. Een andere keer meer hierover). En net als alle huismoeders hier heb ik wel eens een baaldag omdat Janne aan het peuterpuberen is, of wou ik dat ik een job had, met de sociale waardering en de collega's die dat met zich meebrengt. Maar meestal, en steeds vaker, ben ik hier een gelukkige huismoeder die wast, strijkt, kookt, naait, kaartjes schrijft, skypet, leest, poetst, weekendtripjes plant, financien regelt, met andere moeders keuvelt in het park,... terwijl ze op Janne past.
Het grootste probleem dat ik heb met betrekking tot huismoederen is eigenlijk durven toegeven aan jullie en aan mezelf dat het me prima bevalt. Voila. 't Is gebeurd.

En of ik hier dus nog aan het werk ga? Ik sluit het niet uit, maar dan dringt zich weer het probleem van kinderopvang op. Als ik dat probleem opgelost weet, dan wil ik ook zeker 'werken in de States' aan den lijve ervaren. Een stapje in de goeie richting komt in elk geval om vijf uur langs: een mogelijks vaste babysit. Eerst eens zien hoeveel middelbare scholieren hier per uur durven aanrekenen.


Kanttekening.

Ik ben vorige nacht wakker geworden omdat ik nog een kanttekening moest maken bij wat ik gisteren schreef: de reden(en) waarom ik het lastig heb om het huismoederen helemaal toe te juichen. Even googlen op Time Magazine en Gender geeft een goed overzicht van die redenen (zie bijvoorbeeld  'The Truth About Men, Women and Work' in Time Magazine). De gevolgen van ongesubsidieerde kinderopvang en kleuterscholen zijn namelijk niet te onderschatten: de genderkloof in de States wordt steeds groter. De aanval op de middenklasse is in eerste instantie vooral een aanval op de positie van de vrouwen.
Het patroon herhaalt zich overal om mij heen: ofwel werken jonge moeders helemaal niet en maken ze hun leven naast kinderen toch nog inhoudelijk interessant door vrijwilligerswerk te doen of heel beperkt les te geven (meestal yoga btw), ofwel werken ze halftijds.
Ik ken geen enkele moeder die full-time werkt. Die kom ik gewoonweg niet tegen op de plaatsen waar ik vertoef. Ik heb een keer een  jonge moeder ontmoet die bij Boeing werkte: haar moeder zorgde voor haar dochtertje in de week. De twee jonge moeders die ik ken die werken, doen dat als zelfstandigen en nemen dus nog steeds de helft van de tijd de kinderzorg op zich. Een van die twee voelt zich schuldig omdat ze niet full-time moedert en is van plan om helemaal te stoppen met werken bij de komst van de tweede.
Vrouwen die weer aan de slag gaan na jarenlang gehuismoederd te hebben, kunnen moeilijk nog van een carriere spreken. Veelal komen ze terecht in onderbetaalde en ondergewaardeerde sociale beroepen, zelfs meestal in de te dure prive-kleuterscholen waar hun kinderen naar toe gingen. Sommige jonge vrouwen beginnen zelfs niet aan hoger onderwijs door het vooruitzicht van moederschap, want dat kost hier opnieuw fortuinen. Je kunt maar beter een man kiezen met een carriere.
Terwijl de mannen dus carriere maken bij Microsoft of Boeing en daarvoor naar behoren vergoed worden, werken de vrouwen veelal voor peanuts in de sociale sector of al helemaal voor niets, vrijwilligerswerk dus. De vrouwen spinnen met andere woorden het hele sociale weefsel van deze samenleving, wat ze meteen van onschatbare waarde maakt. Alleen is de vraag of ze daar dan zelf voor gekozen hebben.
Laat ik dus even duidelijk stellen dat op het gebied van kinderopvang en onderwijs ik gewonnen ben voor het Belgische systeem, wat vooral jonge moeders minstens de keuze biedt om aan de slag te blijven of niet.

P.s. De babysit vraagt trouwens 7 dollar per uur, wat hier werkelijk spotgoedkoop is.

donderdag 31 mei 2012

Goeie voornemens

Ik ben uit Belgie teruggekeerd met een aantal goeie voornemens. Een daarvan was om wat vaker te bloggen. Kwestie van jullie wat beter op de hoogte te houden. Wat er mij van weerhield om vaker te bloggen, is niets anders dan wat ik schrijfangst noem: 'Is dat wel correct Nederlands? Klinkt dat wel goed? Hoeveel spellingsfouten zouden er nu weer nog in staan?' Dat soort futiele gedachten die duidelijk maken dat ik maar beter nooit aan een doctoraat begin. Ik heb zelfs de Nederlandse spellingsgidsen doen overkomen in ons verhuispakket, met het goeie voornemen alles dubbel te checken voor ik iets 'publiceer' op mijn blog.
Om dus te kunnen slagen in mijn goeie voornemen heb ik me meteen een ander gemaakt. Dat ik op mijn blog mag schrijven wat ik wil, ook als er niets bijzonders gebeurd is, en dat ik mij van de vorm daarbij niets aantrek. Het komt zoals het in me opkomt. Vanaf nu lees je hier dus dat ik mijn nagels moet knippen (wat het geval is) of dat mijn kont vijf centimeter hoger hangt sinds ik bijna dagelijks ga sporten (wat waarschijnlijk niet het geval is, maar wel zo voelt).

Het moet er om doen dat er nu wel net iets gebeurd is, hier in Seattle. Blijkbaar heeft er hier een of andere psychoot een aantal mensen neergeknald op een paar straten van waar wij wonen. Daar heb ik trouwens voor de rest niets over te melden. Een vriendin hier vroeg me of ik ook in paniek was. Ik wist niet eens wat er aan de hand was. Ik heb alleen een politie-auto, een swat-team, en een cameraploeg zien staan toen ik met de auto voorbijreed op weg naar de winkel. Al is iedereen hier wel echt onder de indruk. Dat bleek uit het gesprek in mijn breiclub. Na mijn 'bodyshop-work-out' in de Y (kort voor YMCA) ga ik namelijk breien voor een uurtje met een bont gezelschap van vooral oudere dames.
Wat op mij meer indruk gemaakt heeft, gebeurde een aantal weken terug. Toen heeft iemand zijn vriend neergeknald in het park naast onze deur omdat ze ruzie hadden. Een paar dagen later stond er in de Y een memoriam voor de man in de koffiekamer.

De dames van de breiclub moesten trouwens hartelijk lachen met mijn mededeling dat ik bezorgder ben om de vulkanen rondom ons dan zo'n schietgrage halvegare (omdat ik mij niet inlaat met bekommernissen van dit soort brute pech). En zij wisten mij meteen te vertellen dat ik niet bezorgd moest zijn om de vulkanen, maar om de aardbevingen (de laatste zware beving was in 2001), en dat ben ik om eerlijk te zijn nu toch ook wel een beetje. Al bleken hun bekommernissen dan weer vooral uit te gaan naar de financiele (btw, ik heb de dubbele punt op mijn nieuwe pc nog steeds niet gevonden, kwestie om niet helemaal als analfabeet over te komen, digibeet tot daar aan toe), de financiele kwestie van de zaak dus. Daar zit ik dan weer weinig mee in. We hebben hier bitter weinig waardevolle spullen; om onze glazen uit de een-dollar-winkel maak ik me geen zorgen.

Kortom, zowel het risico om door een halvegare neergeknald te worden als het risico om door een aardbeving het hoofd te verliezen vallen naar mijn geheel eigen compleet onlogische logica onder de categorie brute pech en ik lig er dus niet wakker van. Al moet ik eerlijkheidshalve wel bekennen dat onze boeken bewust niet hoger dan heuphoogte liggen, en dat ik vandaag even heb overwogen om de wijnflessen van de frigo te halen. Kwestie van onze meest kostbare goederen veilig te stellen.

Groetjes,
Annelies