zondag 19 januari 2014

Beste wensen, beste mensen

Snel, snel, snel. Nu op dit uitzonderlijke moment iedereen slaapt tijdens de dag. Dat betekent dat ik welgeteld nog vijf minuten heb, want zo lang duren deze uitzonderlijke momenten gemiddeld. Eerst en vooral mijn beste wensen. Maak er een fijn jaar van! Wij zijn het jaar alvast goed ingezet met een superlange vakantie op Hawai'i. Laat ik daar in de resterende drie minuten verslag van uitbrengen.

O'Ahu, Waikiki, aloha, palmbomen, verblijf aan het strand, zand, boomhut, visvijver met Koi's: hit bij Janne, Diamond Head, Willem in de zee, openluchtkeuken, ouders/schoonouders, cadeautjes, massa's cadeautjes, snorkelen: zwemmen in een aquarium, Pearl Harbor, kayak's, gemiste zonsondergang, tonijn: rauw en gegrild, China Town, downtown.

O'Ahu, North Shore, palmbomen, golven, GOLVEN, GOLVEN, surfers, body boarders, snorkelen, schildpadden, en nog meer schildpadden, oude suikerrietraffinaderijen, farmers market, heerlijk fruit, schrimps, oude tempel, Polynesian Cultural Centre show: grote-ogen-Janne, shows door Janne in combinatie met microfoon (cadeautje van oma en opa).

Big Island, Puna, geen ouders/schoonouders meer, Janne met ontwenningsverschijnselen, kokosnoten uit de tuin, gecko's, grote kakkerlakken, lava, nog meer lava, vulkanen en -kraters, tropisch regenwoud, Champagne Pond: snorkelen in heerlijk warm water, Hilo, prachtige bomen en planten, onaangetaste groene valleien, vanilla-farm.

Big Island, Kona, snorkelen: de verborgen schoonheid van de zee, schildpadden, babyvisjes, verjaardagsfeestje voor Frederik, zuidelijkste punt met kliffen, boom geplant door Mark Twain, shoppen, papaya voor ontbijt, hamburgers, perfecte strand, perfecter strand, palmbomen, openlucht-luchthaven, volle maan.

En dan volgt dit: Seattle, jet-lag, grijs weer, auto die tijdens het rijden stilvalt (maal zes), een gloeiende Janne, een kotsende Janne, nog minder slaap. Maar ook, en vooral: kerstkaartjes van mensen uit een ver land die ons toch nog steeds niet vergeten zijn, vrienden die ons gemist hebben, vriendjes die Janne gemist hebben, een auto in bruikleen krijgen, kleutertjes die mij juf Annelies noemen, een wolk van een baby, een droom van een dochter en een schat van een man.

dinsdag 22 oktober 2013

I heart Americans!

Hoe gaat het met jullie? Ja, het is alweer veel te lang geleden. 't Was niet van niet willen, maar van niet kunnen. Ik weet al maanden wat ik wil schrijven, maar heb letterlijk mijn handen niet vrij. En alhoewel ik ondertussen al erg snel een e-mailtje met een hand kan schrijven, zowel links als rechts, zie ik dat voor een blogje niet zitten. Nu, genoeg gezeverd, dat laat ik aan Willem over. Straks is het hier alweer gedaan, die handen-vrije tijd. Dus moet ik me haasten. Mij haasten om te vertellen dat Janne bij een vriendin is voor een sleep-over omdat ik letterlijk door mijn benen zakte, op mijn tandvlees zat, het bos door de bomen niet meer zag. Na maanden van wel erg korte nachten was vorige week "la grande finale": een man die in het buitenland zit = Janne ziek. Dat is al zo sinds ze geboren is, maar alleen als oma er niet is om me bij te staan. En dan hoest Janne niet alleen de longen uit haar lijf maar ook alle left-overs uit haar maag. Een vodje van een dochter heb je dan die uitgeteld in de zetel ligt en naar een scherm staart. Maar ook eentje met een rothumeur die je in het midden van een Willem-shift wakker roept omdat ze dorst heeft, om dan haar water te weigeren omdat het geen bubbelwater is. Of bij alles wat je haar aanbiedt om haar wat beter te maken, van medicijnen tot lippenzalf tot thee met honing, NEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEN schreeuwt. Jaja, zieke kinderen, je kent dat wel. Ewel, laat deze miserie nu de aanleiding zijn van een positief verhaal, eentje dat ik al wou schrijven vlak na de geboorte van Willem.

Geef het maar toe. Wij hebben niet zo'n al te best beeld van Amerikanen. We vinden ze veelal luidruchtige idioten met een onverstaanbare liefde voor wapens. Het kunnen alleen maar idioten zijn die hun kinderen wapens cadeau doen, tegen sociale zekerheid zijn en stemmen voor Bush. Idioten die niet weten wat de hoofdstad van Belgie is (Antwerpen toch zeker!) en over alles een film maken om het boek niet te moeten lezen, omdat ze dat blijkbaar niet kunnen, lezen. Het is hier dan ook ontzettend gevaarlijk om te wonen met al die wapens en onwetendheid. Het schietincident dat letterlijk naast onze deur plaatsvond, bewijst het. En wij maar zeggen tegen onze ouders dat het hier veilig is. En toch heb ik hier ondertussen mijn hart verloren aan dat volkje.

Het begint met de ontzettende vriendelijkheid. Bij ons zeggen ze dan: Amerikanen zijn oppervlakkig. Ze slaan wel een praatje, maar dat is het dan. Maar ik vind praatjes slaan heerlijk. Het is zo, zooo, zoooo makkelijk om hier met iemand aan de praat te raken. En zo heb ik trouwens ook mijn beste vrienden hier gemaakt, door gewoon een praatje. Frederik en ik schrokken ons een ongeluk toen we in februari naar NYC gingen. Uit goeie gewoonte zeiden wij vriendelijk tegen iedereen goeiedag die bij ons in de lift stapte, maar we kregen geen antwoord. We vonden het maar kil en koel, die mensen daar, terwijl ons dat nooit was opgevallen als vanuit Belgie in NYC landden. Ik vermoed dat de Amerikanen die in Europa landen zich nog meer een hoedje schrikken.

En dan de solidariteit. Daar geraak ik maar niet over. Bijvoorbeeld toen ik eind augustus begin september met mijn nierontsteking zat. Toen snelden sommige van de moeders van de cooperatieve kleuterklas te hulp met play dates nog voor we kennis gemaakt hadden. Of toen Willem geboren was. Dan zette een moeder een "meal calendar" op poten: mensen kunnen intekenen op een elektronische kalender om je eten te brengen voor die eerste moeilijke weken. Dat was zonder overdrijven een godsgeschenk. Die eerste weken kregen we elke dinsdag en donderdag een heerlijke maaltijd aan onze deur gebracht door de mama's van de coop. En het is echt niet dat dat al die mama's persoonlijke vrienden zijn. Ik maakte me zorgen hoe ik zoveel goedheid kon terugdoen, toen een van de mama's me er op wees dat dat helemaal niet de bedoeling was. Het idee is dat jij dat op jouw beurt weer doet voor iemand die het nodig heeft. Fantastisch toch! Dat noemen ze hier "community". Je bent lid van jouw community en dat kunnen er verschillende zijn: de YMCA, de coop, maar ook het radiostation waarnaar je luistert en de buurt waarin je woont, en draagt bij tot die community zoveel je kan. En kun je niet, dan helpt de community jou. Zo zorgen mensen hier voor elkaar. Solidariteit is er dus met hopen. Het is alleen niet door de staat gereguleerd.

Dat brengt mij terug bij mijn week "in hell". Dinsdagnacht post ik op fb dat Janne ziek is, woensdagochtend brengt een coop mama mij vier zelfgemaakte muffins, woensdagnamiddag komt een vriendin drie maaltijden in mijn diepvries stoppen zodat ik niet hoef te koken, donderdagavond komt een vriend koken en afwassen zodat ik letterlijk niet eens hoef recht te staan. Zondag wordt het brood aan de deur gebracht en gisteren is Janne dus bij vrienden gaan slapen zodat ik de hele namiddag kon bijslapen en 's nachts alleen voor Willem moest opstaan (die van om de twee uur naar om de drie uur borstvoeding gegaan is: HOERA!!). En ondertussen vragen alle coop mama's alweer hoe ze kunnen helpen en of ze een meal calendar moeten opzetten. YES PLEASE! Wat fantastisch toch dat ik nu zelf ook zo'n Amerikaantje in huis heb!

zaterdag 27 juli 2013

Ankerbaby, deel III

Stilte. Zalig!! Free is met Janne en Willem naar het park. Ondertussen zou ik even bijslapen, maar het lukt me niet. Heb last van een mix van duizeligheid en hoofdpijn, slaaptekort dus. O, ironie! Dan maar dit schrijven om twee vliegen in een klap te slaan: jullie op de hoogte houden en mijn frustraties van mij afschrijven, want wee oh wee, wie had ooit gedacht dat mijn lieve Janne zo'n monster kon zijn. Vergeef me voor de felle uitdrukking, maar dat is nu eenmaal eigen aan het genre frustraties van zich afschrijven. Bovendien schrijf ik louter wat menig moeder denkt, daar ben ik zeker van, al voelt misschien niet iedereen de behoefte om die grrrrrrrrr-gevoelens rond te bazuinen. Soit, ik dus wel!

Man, man, man! Alles wat vroeger gewoon de orde van de dag was, de kleine routines die je opbouwt met je peuter of kleuter (omdat ze daar trouwens zelf op staan), zijn nu een aanleiding voor een machtsstrijd zonder einde! Het is echt ongelooflijk hoe die kleine meid zoveel energie en wilskracht heeft om echt elke (vroeger evidente) regel of gewoonte te breken of te betwisten. Ik word er zonder overdrijven hoorndol van.
Een klein voorbeeldje uit de oneindige reeks van voorbeelden:
- Janne, wat wil je eten? Wat wil je op je boterham?
- Koekjesboter. [ Oma bracht een pot speculaaspasta mee uit Belgie, iets wat hier trouwens ondertussen in bijna alle supermarkten te koop is]
- We hebben geen koekjesboter meer. Er is nog confituur, smeerkaas, en roomkaas met honing. Wat wil je dan?
- Koekjesboter.
- Dat is er niet meer. Ik beloof dat we samen naar de winkel gaan om nieuwe koekjesboter, maar nu moet je iets anders kiezen.
- IK WIL KOEKJESBOTER!
- Lieve schat, dat is er niet. Kies voor nu iets anders.
- [Huilend] Ik wil koekjesboter!
(Herhaal 5 keer)

- Kijk, dat is er nu niet. Kies iets anders of je gaan zonder boterham bed in. Wat kies je? Kaas of confituur?
- Koekjesboter.
En in bed gaat ze, waar ze het natuurlijk nog meer op een huilen zet. Na de paar minuten afkoelperiode ga ik haar kamer in:
- Lieve Janne, wat wil je nu eten op je boterham? Confituur of kaas.
En Janne met een grijns van hier tot ginder:
- Koekjesboter.
Ik loop gewoon naar buiten en ze roept me na: "Confituur!"

En dan is er nog die nieuwe gulden regel die ze ondertussen waarschijnlijk al honderden keren gehoord heeft: "Je mag babybroertje niet wakker maken! Slapende baby'tjes maken we niet wakker!" Waarop ze parmantig zijn tut uit zijn mond trekt, met de vanzelfsprekende gevolgen, opnieuw met een grijns op haar gezicht.

Ook het roepen is nieuw. Luid brullen en tegenspreken, in twee talen. Zoals gisteren toen ik de zonnecreme die ze zelf aan het smeren was wat meer wou opensmeren: "NEVER help me!" Dat heb je met tweetalige kinderen.

De dokter zei dat een tweede kindje de grootste aanpassing vergt, niet van de ouders, maar van het eerste kindje. (Dat tweede kindje doet het trouwens goed, hij begint te lachen en te brabbelen.) Ik probeer echt alle begrip te hebben voor dat eerste kindje. Ik knuffel haar extra, zeg dat ik van haar houd (extra), prijs haar extra als ze me helpt, leg uit waarom ik zelf moe ben, wat een baby'tje inhoudt, etc., etc. maar het lijkt allemaal niet te baten. Ze kijkt me aan met een blik van je-weet-wel en geeft me zonder moeite het gevoel de slechtste moeder op aarde te zijn. Tegen de tijd dat Free thuiskomt, ben ik klaar om iemand in elkaar te slaan. Of zoals iemand op facebook heeft staan: "Ever felt like kicking a Chihuahua?" "Every day, every minute of the day!" momenteel.

Voor de rest gaat alles goed.

maandag 8 juli 2013

De doopsuiker



Gezond, schattig en wel




Homies

 


maandag 24 juni 2013

Ankerbaby, deel II

Snel en onsamenhangend. Met schrijffauten en missende woorden door slaapdeprivatie. Willem, onze ankerbaby, deel II.

Met Willem gaat alles goed. 't Is een echte baby. Zo eentje die alleen maar slaapt als hij op iemands borstkas ligt, liefst op de boezem van mama. Zo'n baby die slaapt met een tepel half in zijn mond en heftig begint te zuigen als je aanstalten maakt om hem te verleggen. Telkens opnieuw probeer ik hem heel voorzichtig van mij te halen en in de babystoel te leggen, maar telkens opnieuw gaan na tien minuten zijn oogjes open en nog vijf minuten later begint hij de meest droevige smoeltjes te trekken om dan in een hartsbrekend huilen uit te breken. Vandaar dat Willem het grootste gedeelte van de dag en de nacht doorbrengt op of rond mijn borsten. En vandaar dat ik momenteel weer op craigslist en amazon zit op zoek naar die supersonische babystoel die kan wiegen in drie richtingen in zestien verschillende snelheden met vijfendertig muziekdeuntjes en bijpassende mobiele, in de hoop dat ik hem dan eindelijk eens dertig minuten kan neerleggen. Tot dan moet de stofzuiger soelaas brengen. Herkenbaar, nietwaar?

Met mij gaat het beter. De dokters hebben me opgedragen om elke dag dertig minuten te stappen, en ik zit toch al aan twee blokjes (dat wil zeggen van 55th street tot 60th street), jammergenoeg nog niet zonder pijn. Ver kan ik dus nog niet lopen. Wat betekent dat ik mijn dagen thuis slijt, want veel rondzeulen met een maxicosi en een kleuter zit er nog niet in. Alleen moeders kunnen je vertellen wat een aanslag nieuw leven geven is op je lijf. Dat vind ik zelf mentaal het zwaarste, nek aan nek met het gebrek aan slaap. Gelukkig weet ik dankzij Janne dat dat wel weer goed komt, toch het meeste.

Met Frederik kan het beter. Ik heb een beetje medelijden met mijn man. Want zoals hij zelf zegt, heb ik nu vooral een zoon en heeft hij nu vooral een dochter en die is momenteel niet van de poes. Daar later meer over. Maar hij heeft ook nog een job, een huishouden en een slaapgedepriveerde vrouw met aanhangsel. Terwijl ik vooral deze baby probeer te 'pleasen', rent hij van hier naar daar, van werk naar dochter naar vrouw.
Klein voorbeeld. Zijn baas heeft hem/ons vorige week gevraagd of hij het zou zien zitten om in het najaar nog eens naar Zwitserland te gaan. Dat zou de teller op drie zetten (een totaal van twee en een halve maand) met de olijke belofte dat er dan geen trips meer gepland zijn tot de volgende zomer. Het angstzweet breekt me uit bij de gedachte alleen al, want voor die eerste maand zonder mijn superman krijg ik hulp uit het Belgenland, maar voor die tijd daarna heb ik nog geen helpende hand gepland. Iemand zin in een au-pair ervaring voor een maand? Serieus! De reden voor de vraag is Janne.

Met Janne gaat het minst. Onze mini-miss heeft het zwaar te verduren of beter: wij krijgen het zwaar te verduren. Zowel Free als ik proberen haar echt tegemoet te komen met knuffels en aandacht, maar dat zint haar allemaal niet. Ze peuterpubert 24 op 24. Tot je er echt horensdol van wordt. Alles is het waard om een huilbui van te krijgen. Wat anders gewoon de routine van de dag was, wordt nu een strijd tot in het oneindige. Ze heeft al een aardbeienmelkje, maar nu wil ze het aardbeienmelkje met het koetje er op. Ze kan plots niet meer alleen op het potje of haar schoenen aan doen, we mogen haar haar niet meer wassen of haar gewoon een zoen geven. Alles zegt ze met een huilerig, onheilspellend stemmetje.
Gelukkig gaat ze deze week elke ochtend "op kamp". Dat is dan een speciaal kinderopvangprogramma van de YMCA, maar da's alleen voor deze week. En krijg ik heel wat aanbiedingen van mama's van de coop voor play dates. Maar ik durf momenteel niet verder te kijken dan deze week. Alle tips welkom!

Conclusie: we zien onze peren af, zoals alle ouders van pasgeborenen. Misschien moet er op baby-kaartjes naast 'gelukwensen met de baby' ook 'innige deelneming' staan.

vrijdag 7 juni 2013

Onze willem, dag 1

I did it

Welkom thuis

Een grote zus in de wolken



Hiep hiep auw hoera voor Willem!!

Mijn excuses voor de vertraging, maar het was nogal een bevalling, en het is ook nogal een baby, onze baby Willem.

Maandag gingen we dus mijn mama ophalen op de luchthaven. We hadden op voorhand gezegd dat ze misschien een taxi zou moeten nemen richting ons huis. Dus belde ze heel voorzichtig toen ze nog voor de douane stond. Of het zou lukken om haar op te halen. We waren al onderweg. En al lachend of we daarna onmiddellijk naar het ziekenhuis zouden rijden. Wie weet, zei ik nog.

Ik had ondertussen al zoveel krampen en schoppen te verduren gekregen dat ik op den duur niet meer wist wat ik voelde. Dat was zo toen ik in de auto zat. En dat was ook nog zo toen ik in de luchthaven rondwaggelde op zoek naar mama. Maar dat was niet meer zo toen we richting auto terugliepen. Op dat moment moest ik toch echt even stoppen met wandelen en om adem happen. En Free roept van bij de auto: "Ik geloof je niet!!" Maar het was wel waar. En het bleek ook nog eens om de vier minuten waar te zijn. Dus van luchthaven naar huis, oma en Janne uit de auto, valiezen ruilen en richting ziekenhuis. Mega wee, in de parking, gelukkig al in een rolstoel, met als laconieke opmerking van een omstaander: "I think you are having a baby". En vandaar onmiddellijk in de bevallingskamer om het Amerikaanse circus te laten beginnen.
Ik had al zeven centimeters en weeen om de zoveel minuten terwijl het halve ziekenhuis (zo leek het toch) zich vriendelijk kwam voorstellen als assistant-doctor, of nurse, of midwife, of head of the resident-doctors, van alles en nog wat. Ik weet het allemaal niet meer. Ik weet alleen nog dat ik dacht "IDIOTEN!!! Zien jullie niet dat ik bezig ben!!!" En nog vijf minuten later mocht ik persen (Free zei dat het geen vijf minuten waren, maar uiteindelijk een uur; een mens zijn perspectief verandert wel wat als hij aan het bevallen is). Blijkbaar zat er meconium (of hoe schrijf je dat?) in het vruchtwater en dat betekent in de States dat er dan altijd pediaters bij de bevalling aanwezig zijn. Waarom het er dan drie moeten zijn, weet ik niet. Soit, de hele bevallingskamer stroomde in elk geval op dat moment vol. Ik denk dat er zonder Free en ik gerekend minstens acht mensen in de kamer stonden. Ik voelde me maar een beetje bekeken. Wat een geluk voor zoveel pijn dat je helemaal versuft bent en het je allemaal niet meer kan schelen. Maar na een paar persen (en het getrek en gepotel van iemand die zogenaamd aan jouw kant staat) liep de kamer weer leeg, wat zelfs in mijn staat erg demotiverend was. Het zou dus nog niet voor meteen zijn, het bleek namelijk een sterrekijkertje te zijn, eentje die zo naar boven wil kijken als hij in de wereld komt, in plaats van naar beneden.

De rest van de details bespaar ik jullie. Ik heb nog bijna twee uur moeten "wachten" vooraleer de kamer weer vol liep. En ik zou willen schrijven dat de komst van Willem dan alles goedmaakte, maar dat zou de werkelijkheid oneer aandoen zijn. Want ze hebben hem onmiddellijk weggenomen om te checken of alles okee was, en zijn longen schoon te maken, etc.... terwijl ik nog verder moest "bevallen" van een placenta etc... Het was met andere woorden een zware bevalling en ik ben dan ook langer dan gewoonlijk (in de States althans) in het ziekenhuis gebleven, namelijk twee nachten in plaats van een.
Dat ze mij met zware pijnstillers naar huis laten gaan, vind ik vriendelijk. Het mochten er nog wat meer zijn zelfs. Ik kan ze goed gebruiken. Dat ik nog steeds met moeite rondloop en ze mij toch naar huis laten gaan, kan ik begrijpen. Ze hadden om dat probleem te overbruggen twee verschillende kinesisten langsgestuurd: een 'physical therapist', om te checken of ik van de vijf trappen naar ons appartement zou kunnen stappen en een 'occupational therapist' om te checken of ik in de douche zou geraken. Dat ze mij bijna met een catheder naar huis stuurden, daar hadden zowel Free als ik behoorlijk onze bedenkingen bij. Dan zouden ze me leren hoe ik met dat ding moest omgaan en dan moest ik gewoon. Gelukkig was ik geslaagd op mijn tweede plastest. Geen catheder dus. Wat ons uiteindelijk bijna de das omdeed, was dat onze autostoel afgekeurd is door de verpleegster wegens onveilig. Het ding, dat we in een tweedehandswinkel kochten, is blijkbaar zes maand over tijd. Een babystoel mag maximaal zes jaar oud zijn en wordt daarna als onveilig beschouwd. Maar goed. We waren gewaarschuwd, en mochten dan eindelijk vertrekken richting huis, oma en fiere grote zus Janne.

En nu zijn we dus al twee dagjes en twee nachtjes thuis met onze nieuweling. Vandaag moesten we al opnieuw bij de pediater langs. We, want ik ben nog steeds niet zo goed te been. Daar wilden we toch even checken of alles okee was, want onze kleine Willem huilt nogal veel, en ook erg enthousiast. En hij slaapt alleen maar als hij op iemand ligt. Waarop de pediater met een vriendelijke glimlach zei dat alles okee was, en dat het ofwel beter wordt, of dat we het wel gewoon zouden worden. Gelukkig hebben we hier deze week nog de gewillige buik van oma waar Willem nu ligt op te soezen en is ons snoesje zo snoezig dat het hem ook de volgende weken niet aan gewillige buiken zal ontbreken met een gelukkige mama, papa en zus met stip op 1.
Wordt vervolgd!