vrijdag 7 juni 2013

Onze willem, dag 1

I did it

Welkom thuis

Een grote zus in de wolken



Hiep hiep auw hoera voor Willem!!

Mijn excuses voor de vertraging, maar het was nogal een bevalling, en het is ook nogal een baby, onze baby Willem.

Maandag gingen we dus mijn mama ophalen op de luchthaven. We hadden op voorhand gezegd dat ze misschien een taxi zou moeten nemen richting ons huis. Dus belde ze heel voorzichtig toen ze nog voor de douane stond. Of het zou lukken om haar op te halen. We waren al onderweg. En al lachend of we daarna onmiddellijk naar het ziekenhuis zouden rijden. Wie weet, zei ik nog.

Ik had ondertussen al zoveel krampen en schoppen te verduren gekregen dat ik op den duur niet meer wist wat ik voelde. Dat was zo toen ik in de auto zat. En dat was ook nog zo toen ik in de luchthaven rondwaggelde op zoek naar mama. Maar dat was niet meer zo toen we richting auto terugliepen. Op dat moment moest ik toch echt even stoppen met wandelen en om adem happen. En Free roept van bij de auto: "Ik geloof je niet!!" Maar het was wel waar. En het bleek ook nog eens om de vier minuten waar te zijn. Dus van luchthaven naar huis, oma en Janne uit de auto, valiezen ruilen en richting ziekenhuis. Mega wee, in de parking, gelukkig al in een rolstoel, met als laconieke opmerking van een omstaander: "I think you are having a baby". En vandaar onmiddellijk in de bevallingskamer om het Amerikaanse circus te laten beginnen.
Ik had al zeven centimeters en weeen om de zoveel minuten terwijl het halve ziekenhuis (zo leek het toch) zich vriendelijk kwam voorstellen als assistant-doctor, of nurse, of midwife, of head of the resident-doctors, van alles en nog wat. Ik weet het allemaal niet meer. Ik weet alleen nog dat ik dacht "IDIOTEN!!! Zien jullie niet dat ik bezig ben!!!" En nog vijf minuten later mocht ik persen (Free zei dat het geen vijf minuten waren, maar uiteindelijk een uur; een mens zijn perspectief verandert wel wat als hij aan het bevallen is). Blijkbaar zat er meconium (of hoe schrijf je dat?) in het vruchtwater en dat betekent in de States dat er dan altijd pediaters bij de bevalling aanwezig zijn. Waarom het er dan drie moeten zijn, weet ik niet. Soit, de hele bevallingskamer stroomde in elk geval op dat moment vol. Ik denk dat er zonder Free en ik gerekend minstens acht mensen in de kamer stonden. Ik voelde me maar een beetje bekeken. Wat een geluk voor zoveel pijn dat je helemaal versuft bent en het je allemaal niet meer kan schelen. Maar na een paar persen (en het getrek en gepotel van iemand die zogenaamd aan jouw kant staat) liep de kamer weer leeg, wat zelfs in mijn staat erg demotiverend was. Het zou dus nog niet voor meteen zijn, het bleek namelijk een sterrekijkertje te zijn, eentje die zo naar boven wil kijken als hij in de wereld komt, in plaats van naar beneden.

De rest van de details bespaar ik jullie. Ik heb nog bijna twee uur moeten "wachten" vooraleer de kamer weer vol liep. En ik zou willen schrijven dat de komst van Willem dan alles goedmaakte, maar dat zou de werkelijkheid oneer aandoen zijn. Want ze hebben hem onmiddellijk weggenomen om te checken of alles okee was, en zijn longen schoon te maken, etc.... terwijl ik nog verder moest "bevallen" van een placenta etc... Het was met andere woorden een zware bevalling en ik ben dan ook langer dan gewoonlijk (in de States althans) in het ziekenhuis gebleven, namelijk twee nachten in plaats van een.
Dat ze mij met zware pijnstillers naar huis laten gaan, vind ik vriendelijk. Het mochten er nog wat meer zijn zelfs. Ik kan ze goed gebruiken. Dat ik nog steeds met moeite rondloop en ze mij toch naar huis laten gaan, kan ik begrijpen. Ze hadden om dat probleem te overbruggen twee verschillende kinesisten langsgestuurd: een 'physical therapist', om te checken of ik van de vijf trappen naar ons appartement zou kunnen stappen en een 'occupational therapist' om te checken of ik in de douche zou geraken. Dat ze mij bijna met een catheder naar huis stuurden, daar hadden zowel Free als ik behoorlijk onze bedenkingen bij. Dan zouden ze me leren hoe ik met dat ding moest omgaan en dan moest ik gewoon. Gelukkig was ik geslaagd op mijn tweede plastest. Geen catheder dus. Wat ons uiteindelijk bijna de das omdeed, was dat onze autostoel afgekeurd is door de verpleegster wegens onveilig. Het ding, dat we in een tweedehandswinkel kochten, is blijkbaar zes maand over tijd. Een babystoel mag maximaal zes jaar oud zijn en wordt daarna als onveilig beschouwd. Maar goed. We waren gewaarschuwd, en mochten dan eindelijk vertrekken richting huis, oma en fiere grote zus Janne.

En nu zijn we dus al twee dagjes en twee nachtjes thuis met onze nieuweling. Vandaag moesten we al opnieuw bij de pediater langs. We, want ik ben nog steeds niet zo goed te been. Daar wilden we toch even checken of alles okee was, want onze kleine Willem huilt nogal veel, en ook erg enthousiast. En hij slaapt alleen maar als hij op iemand ligt. Waarop de pediater met een vriendelijke glimlach zei dat alles okee was, en dat het ofwel beter wordt, of dat we het wel gewoon zouden worden. Gelukkig hebben we hier deze week nog de gewillige buik van oma waar Willem nu ligt op te soezen en is ons snoesje zo snoezig dat het hem ook de volgende weken niet aan gewillige buiken zal ontbreken met een gelukkige mama, papa en zus met stip op 1.
Wordt vervolgd!

zaterdag 1 juni 2013

Wishful thinking

Als ik vorige keer al schreef dat ik er uit zie als een olifant, dan zie ik er nu uit als een hoogzwangere olifant. Ondertussen is de doopsuiker af, zijn de enveloppen al geschreven door een vooruitziende oma, zit in de diepvries nu ook stoofvlees, lasagna en moussaka, is het hele huis gisteren nog maar eens gepoetst en zijn alle valiesjes al lang klaar, zowel Jannes, mama's als de baby's. Dat van Janne hebben we trouwens al getest omdat ik dacht dat het donderdag zo ver was.

Ik heb ondertussen al twee weken af en aan voorweeen (en voorweeen doen ook pijn, geloof me), maar donderdag waren de weeen duidelijk van een ander kaliber. Na een paar uur toch maar Frederik gebeld en dan ons superlief bevallingsbabysittersteam, die Janne prompt kwamen oppikken. Helaas, pindakaas. In plaats van door te zetten ebden die weeen langzaam weg, met weliswaar een rustige avond en een goeie nacht slaap voor Free en ik tot gevolg, maar dat was nu net niet waar ik op gerekend had.

Ik word er een beetje moedeloos van, want door al dat geschop en getrek, gespannen buiken en krampen van de voorbije weken had ik gedacht dat de baby er nu al zou zijn. De baby kan niet anders dan te vroeg geboren te worden, dacht ik, want mijn buik staat al weken op springen en de baby is zo onrustig en het is de tweede en ik was ook te vroeg geboren, drie weken zelfs. Vandaar dat ik tegen een onrustig wordende oma, tevens mijn mama, gezegd had om dan alvast haar vliegtuigticket te boeken. Die bevalling zou niet lang meer op zich laten wachten. Wel, dat heet dus 'wishful thinking' of wensdenken in het Nederlands. Nu hebben we een oma die maandag landt, maar nog geen baby. En daar word ik dan weer behoorlijk zenuwachtig van. Ik verval dan van wensdenken in doemdenken: straks hebben we nog steeds geen baby als oma de volgende maandag alweer vertrekt.

Ach ja, mij zenuwachtig maken zal ook niet helpen, net zoals extreem poetsen (alles in een namiddag poetsen, en wassen en strijken), wandelen in de zoo en in de tuin, tonic en koffie drinken ook niet helpen om die baby van gedacht te doen veranderen. In het slechtste geval hebben we een sterk verhaal waarmee we deze kleine voor de rest van zijn leven mee kunnen confronteren als hij ergens te laat is. Kwestie van nog voor je geboorte al een stempel te hebben.

Annelies

zondag 5 mei 2013

De laatste loodjes....

Ik heb een dagje vakantie! Een dagje helemaal voor mij alleen! En dat komt omdat wij bezoek hebben uit Belgie, wat altijd al fantastisch is, maar voor mij vandaag nog meer. Ik kan namelijk niet meer mee huppelen naar downtown en zo, wegens echt te vermoeiend en pijnlijk. De laatste loodjes zijn echt wel de zwaarste, letterlijk in dit geval. Ik ben zo rond als een olifant en beweeg me ook zo, vermoed ik. Alleen met een rolstoel overweeg ik het nog om op uitstapjes te gaan, maar dat is dan weer te lastig zijn voor Frederik. En zo heb ik dus een dagje vakantie met wat tijd om hier te schrijven en dat is nodig want ik heb groot nieuws: ik heb een job(-je)!

Het begon met small talk op de parking van Target. Zoals wel vaker vroeg iemand welke taal ik sprak met Janne. Alleen deze keer wist de dame al dat het Nederlands was. Haar man was namelijk Nederlander. Ik vroeg of ze hun kinderen (ze hadden kinderstoelen op de achterbank) tweetalig opvoeden en ze zei dat ze dat wel geprobeerd hadden. Ze waren namelijk een tijdje naar de Nederlandse school gegaan, maar hadden het uiteindelijk toch opgegeven.
Ik, thuis, onmiddellijk aan het googlen natuurlijk, en zo kwam ik op de website van de Oranjeschool terecht. Het deed een belletje rinkelen (van eerdere google-zoektochten naar een job), maar toen was ik nog niet helemaal klaar voor 'de promotie van de Nederlandse cultuur'. Niet dat ik een Holland-hater ben, maar hoe kun je als schooljuf de Nederlandse cultuur promoten als je er zelf helemaal niets van af weet? Maar na een nachtje slapen dacht ik van 'laten we gewoon eens informeren, you never know'. En nu loop ik dus al een tijdje stage om dan vanaf september juf Annelies te zijn voor de vijf- en zesjarigen! Dat is dan alleen op zaterdagochtend - 't is dus echt een mini-job - maar ik kijk er erg naar uit! Ik doe al mee aan de leerkrachtenvergaderingen, en moet volgende week al zelfs de juf vervangen! En zo heb ik dus vorige week ook mijn eerste en meteen ook laatste Koninginnedag gevierd (want nu is het een koning!)
Vanaf september worden onze weekends dus wel wat korter, maar het was tijd voor een nieuwe uitdaging. Zeker nu ik binnenkort dubbel zoveel huismoeder word, en we hier nog een jaar langer blijven. Jaja, Free heeft nog een jaar extra aan zijn drie-jaar contract toegevoegd. De volgende twaalf maanden worden namelijk zo ongelooflijk hectisch met een nieuwe baby en een experiment van vier maand in Zwitserland dat zowel Free als ik het koud benauwd kregen bij de gedachte dat we nu ook al zouden moeten plannen waar we volgend jaar naar toe trekken. Dus hebben we die zorg met een jaartje uitgesteld om zo ruimte te hebben voor andere uitdagingen en (vakantie-)plannen! 

En door al dit heb ik zo een gevoel dat de baby nu wel mag komen! Ook al omdat ik echt op ontploffen sta. Ik ben er klaar voor! De verzorgingstafel is geschilderd in het kleurtje van het geboortekaartje, dat ook zo goed als af is, de newborn-pampers en de poepzalf liggen klaar, en er hangen babykleertjes in de kast. De doopsuiker is dankzij ons bezoek ter plaatste. Nu nog wachten op de AVA-doosjes en dat nog even in elkaar flansen, mijn adressenlijst opstellen, mijn diepvries vullen met spaghettisaus, en mijn en Jannes vluchtkoffertje maken. Hmmm, misschien kan ik mijn vakantiedagje maar beter nuttig gebruiken.

Trouwens, we zijn van plan om deze blog te gebruiken om de eerste babyfoto's en bevallingsverhalen te posten. Kwestie om jullie niet allemaal op facebook ofwel op kraambezoek te dwingen.

maandag 25 maart 2013

Party time!

Het zonnetje schijnt, de bomen krijgen blaadjes en de bloesems toveren de straten roze. Kortom, het is lente in Seattle. En lente betekent stress voor Frederik, want lente betekent april en april betekent dat zijn meisjes jarig zijn, en dat we onze huwelijksverjaardag vieren, allemaal in een week tijd. Vroeger was er enkel de stress om het perfecte verjaardagscadeau voor zijn liefje te vinden; nu komt daar bovenop de juiste dosering in aandacht te hebben voor elk feestje afzonderlijk. Niet dat ik veeleisend ben. Maar mijn verjaardag is me dierbaar, iets wat blijkbaar genetisch overdraagbaar is. Nu is er gelukkig een factor die Frederik in het voordeel speelt: hoe mensen hier feest vieren, is nogal anders dan wat wij in Belgie gewoon zijn. Dat hebben wij ondertussen al een paar keer ervaren en we blijven er versteld van staan.

Voorbeeld 1: Frederiks 30e verjaardagsfeestje. Vorig jaar, 9 januari werd Frederik 30 en als nieuwbakken huisvrouwtje wou ik dat niet zomaar laten passeren. Dus stak ik een waar verrassingsfeestje in elkaar. Het moet gezegd dat we op dat moment hier nog niet zoveel mensen kenden, maar door nog een andere jarige te vieren hadden we haar vrienden incluis. Met onze Belgische huisfeestjes in gedachten bakte ik taarten en cupcakes om een half leger mee te voederen, en kocht ik drank en bier waarvan er nog steeds een aantal flessen in onze voorraadkast staan. Maar dat was buiten onze Amerikaanse genodigden gerekend. Toen Free en ik terugkwamen van ons dineetje (wat voor de totale verrassing moest zorgen), zat onze kleine living weliswaar goed vol, maar liep die niet veel later ook weer halfleeg. Mensen bleven een uurtje, dronken een pintje of een glaasje wijn en vertrokken daarna weer. Alsof het een receptie was. Een beleefd praatje en dat was dat. Rond een uur of twaalf was het allemaal afgelopen en bleven Frederik en ik wat verbouwereerd achter met massa's taart en bier.

Voorbeeld 2: een fundraiser. Okay, inderdaad, niet echt een feestje, maar toch een formeel evenement met alcoholische drankjes, wat voor Amerikanen - dat heb ik ondertussen door - ongeveer hetzelfde is. We waren meegevraagd met vrienden en waren erg nieuwsgierig hoe het zou zijn, ook al omdat het een protestantse vzw was die het feestje organiseerde, er een dress code was en het in een van de mooie evenementhallen in Seattle doorging.
Het begon goed met erg lekkere hapjes en wijn a volonte, en met een erg mooie presentatie (een muurlange projectie van mooie foto's uit Tanzania) van hun goeie werken. En dan begon het programma.
Eerst wordt in een sneltempo iedereen naar zijn tafel begeleid. Daarna zet een leger van obers de eerste gang op tafel (iets kouds). Het openingsgebed/motivatiegesprekje van de pastoor wordt begonnen met de vraag om allemaal recht te staan, zodat we elkaar kunnen begroeten als wereldverbeteraars. Na dit startschot haast iedereen zich door het koude voorgerecht, terwijl de ene na de andere spreker zijn speech aframmelt. Ondertussen wordt het hoofdgerecht opnieuw in een recordtijd opgediend. Er lijkt een onuitgesproken code te bestaan om te wachten tot een spreker klaar is en dan stort iedereen zich op de (lauwe) kip met kikkererwten die zo droog zijn dat de obers zich nu bezighouden met waterglazen aanvullen. En dan, nog voor je alles doorgeslikt hebt, staat het dessert voor je neus, waar opnieuw iedereen opvliegt als een bende hongerige wolven. Niet dat iemand nog honger heeft, maar omdat de enveloppen voor schenkingen ondertussen zijn uitgedeeld. En de koffiekannen die al van het begin van de avond klaarstonden, al sinds het hoofdgerecht op tafel staan. En dan na nog eens amper vijf minuten, worden die enveloppen allemaal opgehaald en begint de pastoor aan zijn bedanking/afscheidsgebed, waarbij we opnieuw gevraagd worden om recht te staan en elkaar te bedanken om zo'n goeddoeners te zijn.
Perfect op tijd is het programma afgerond, en is iedereen klaar om weer te vertrekken. En dat is ook de bedoeling. Je bord is ondertussen al opgeruimd en niet veel later beginnen ze zelfs al de stoelen op te stapelen. Een event dat rond 6:30 begon, is om 9:30 netjes afgerond. Daarbij gaat het niet om samen gezellig tafelen, noch om het eten, maar om het programma en de timing. Een bijna griezelige efficientie.

Voorbeeld 3: een verjaardagsfeestje van een vriendinnetje van Jannes preschool. Janne en ik waren erg blij met de uitnodiging, weliswaar voor andere redenen. Ik was erg nieuwsgierig hoe zo'n feestje eruit zou zien, zeker omdat het plaatsvond in het Children's Museum. Dat museum is niet veel meer dan een pedagogisch verantwoorde, supercoole speelplek, met pingpongbal-speeldingen, waterelementen, een nagebouwde supermarkt, bus, boot, en dat soort dingen. Een kinderdroom met andere woorden.
Het feestje vindt plaats in een van de klassen in het museum zelf (gratis toegang voor kinderen en ouders is dus inclusief!): kindertafeltjes en stoeltjes in een ruimte geschilderd alsof je in de zee bent, ballonnen, partyhoedjes, sapjes en druiven, alles voor die kleine snottertjes. Het feestje begon om 10:30, dus komen wij toe om 11:00. Op dat moment worden de dozen vol pizza op tafel gezet. De kinderen storten zich op de pizza, waarna de volwassenen hun voorbeeld volgen. En als de kinderen enigzins dat stukje pizza binnengewerkt hebben, wordt hun elk een cupcakeje voorgeschoteld. De ouders zingen en krijgen ook elk hun taartje, nog voor ze de pizza kunnen wegspoelen. En dan wordt ons vriendelijk verzocht om de ruimte te verlaten. Het is ondertussen namelijk 12:00. En om 12:30 moet het lokaal weer klaar staan voor het volgende feestje. Nadien hoorde ik de prijs van het hele feestje, omdat ik tussen de twee organiserende moeders nog even zat uit te rusten. Een viervoud van 100.
Ondertussen hebben we nog een uitnodiging op zak voor een ander verjaardagsfeestje. En daar staat opnieuw netjes het begin- en het einduur op vermeld. Van 3:00 tot 5:00.
"Party time!!" betekent hier dus iets anders dan wat wij denken. Het is de tijd uitgerekend om te feesten, en daarna is het weer tijd om efficient iets anders te doen, gaande van sporten tot koken, maar meestal betekent het tijd om te werken. Ik ben er zeker van dat "quality time" een Amerikaanse uitvinding is.

Dit alles naar aanleiding van mijn voorbereidingen voor Jannes derde verjaardagsfeestje. Dat vindt plaats op 6 april in ons huisje of tuintje. Iedereen van harte welkom vanaf 15:00. Het einduur kennen we nog niet.

vrijdag 15 februari 2013

Lucky 13!!

Ik weet het, ik weet het. 't Is al veel te lang geleden. Excuus: Janne is niet langer de goeie middagdutter die ze eens geweest is, en aangezien dat dat mijn voornaamste blogmoment was, is deze blog het eerste dat daar onder lijdt. Hoofdexcuus: ik ben zwanger!! Jaja, sinds die nierontsteking. En dat is meteen de voornaamste reden waarom het er maar niet van kwam, want als Janne dan toch al eens een middagdutje deed, deed ik er zelf ook een. En dan was er ook nog de ochtendmisselijkheid, gelukkig met een zorgzame schoonmoeder in de buurt, terwijl Frederik in Zwitserland zat. De familie op de hoogte brengen na die twaalf weken, waar ik ook al geen held in ben. Dan waren het de kerstdagen, dat excuus kent iedereen. En daarna is de rug- en heuppijn begonnen. Kortom, hoera, ik ben zwanger, maar vooral oh nee, waar ben ik aan begonnen?

Je kent ze wel, ik zie ze vooral op de mama-lezingen die ik hier help organiseren in het kader van Jannes preschool: de toekomstige moedertjes met een buikje als een basketbal die voorbijtrippelen in hun leuke zwangerschapskleedjes, terwijl ze een gezond groen drankje drinken en even over hun bolle buikje wrijven. Ik dacht dat ik deze keer wel tot de club zou behoren, nu alles toch al uitgerokken en breder is. Helaas, pindakaas. Niets van dat. Ten eerste groei ik vooral in de breedte, ook al omdat ik niet van de chocola en de koekjes kan blijven. En dat laatste hangt dan weer samen met het tweede: ik heb sinds het begin van deze zwangerschap nog geen enkele ononderbroken nacht gehad. En nu is er vooral ten derde: pijn, pijn, pijn. Dat is dus rug- of heuppijn. In het begin kon ik weliswaar nog stappen, maar wandelingen die normaal dagelijkse kost zijn, werden toen reeds 's avonds afgestraft met rugpijn. En dat is met de weken erger en erger geworden tot ik zelfs even helemaal niet meer kon bewegen zonder pijn. In die omstandigheden is een Chocotoff of vier, of een Oreo-koekje of negen het enige dat helpt, ondanks alle goeie voornemens. (Voor wie op bezoek komt: een zak Chocotoffs en reepjes Kinder-chocolade zijn toch echt wel een must!) Ik ben dus weer niet een bevallige, goedlachse, zwangere mama met een blosje op haar wangen drijvend op een roze wolk. Ik ben eerder een waggelende, puffende zeur die meestal met een grimas van pijn strompelt naar de volgende zitplaats. Ik denk dat ik niet de enige ben in ons gezin die uitkijkt naar het einde van deze zwangerschap.

Maar goed, om het toch nog even over iets anders te hebben, iets wat ik jullie al een hele tijd wil schrijven: Halloween hier is fantastisch. Jaja, het is alweer een hele tijd geleden, maar toch wil ik het nog even kwijt, vooral omdat het me zo aangenaam verrast heeft. Zelf vond ik namelijk Halloween, toen we nog in Belgie waren, maar niks. Zo'n onnozel onding dat vooral door de commercie gedreven wordt. Maar sinds onze laatste Halloween hier, en dan eigenlijk vooral Jannes reacties erop, ben ik echt helemaal van gedacht veranderd. Halloween is het leukste kinderfeestje dat er hier is, want dat is het wel echt hier, een kinderfeestje! Eigenlijk is het een beetje onze Sinterklaas, maar dan zonder allerlei politiek oncorrecte personages.
Ik had niet kunnen weerstaan aan een kabouter-outfit dat ik in Target had zien hangen, al was ik ondertussen bezig om zelf een kostuum te haken. Indeed, commercie, commercie. Maar je mag je kostuum ook zelf maken en dat zijn uiteindelijk vaak de leukste. (Mijn winnaars zijn alvast de drie klein mannen uit een gezin, allemaal verkleed als LEGO-ventjes, gele ronde kopjes incluis.) Mijn Janne is uitgezonderd op die regel. Zij was superschattig met haar niet-zelfgemaakte pinnemuts op.
Overal worden er dan in de tijd rond Halloween kinderfeestjes georganiseerd. Zelf trokken Janne, oma Sjia en ik (Free zat in Zwitserland) naar het feestje van de YMCA (hoe kan het ook anders?). Sindsdien staat voor Janne het begrip feestje gelijk met dansen, lekker eten en koekjes.
Op 31 oktober zelf zijn we dan naar de University Village getrokken, het shoppingcentrum in de buurt, waar de kindjes bij alle winkels "trick or treat" roepen. Daar lopen vooral de allerkleinsten rond, de oudere kids gaan aan de huisdeuren bellen. Na een twee keer oefenen, had Janne door hoe de vork in de steel zat, en hop, weg was ze. Ze heeft echt alle winkels minstens een keer gedaan. Op het einde was ze zo moe dat ik ze moest dragen tot net voor een winkel, waar ze dan zelf haar prijs ging oppikken, om daarna weer gedragen te worden.
Ik beken, ik was helemaal vertederd door die schattige kabouter met haar zakje vol snoepjes. De overwinningsroes van dat zakje heeft nog dagen nagezinderd telkens ze een snoepje koos. En ook oma, mama en zelfs papa die pas een week later terug thuis arriveerde, hebben van de snoepjes genoten, weliswaar in het geniep. Misschien moet ik nu al beginnen aan twee kostuumpjes voor volgend jaar.


vrijdag 28 september 2012

Doktoreren

Het begon met het vermoeden van een blaasontsteking op zondagavond en tegen donderdagmiddag voerde Frederik me naar spoedgevallen. Prima aanleiding voor een spoedcursus Amerikaanse gezondheidszorg. Daarbij een paar voorafgaande opmerkingen.

Wij zijn hier via de unief verzekerd, wat betekent dat wij vallen onder de ziekteverzekering van Washington State, en dat betekent dan weer dat wij hier goed verzekerd zijn. Anders zouden we dit avontuur echt niet eens overwogen hebben.
Vallen onder de publieke gezondheidsregeling betekent echter niet dat het ding dan duidelijk geregeld is. De gezondheidszorg en terugbetalingsregelingen zijn een kluwen van regels en uitzonderingen, waar een kat zijn jongen niet meer in terugvindt. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat onze verzekering wil dat wij in eerste instantie gebruikmaken van zorgverstrekkers die bij hen aangesloten zijn. En voor tanden geldt dan nog eens een ander systeem. Voor meer info over tandartsen hier moet je trouwens bij Frederik zijn. Hij moest een tand laten ontzenuwen, en een kroon laten plaatsen. Een grapje van rond de 1500 dollar.
Ook betaal je elk jaar opnieuw eerst een soort franchise (dat is per persoon 250 $) voor er ook maar iets terugbetaald wordt. Dat verklaart waarom wij een factuur van 310 dollar hadden bij ons eerste doktersbezoek in februari. Uit een nog Belgische reflex gingen we met zijn drietjes gezellig naar de dokter. Dat zouden we nu dus niet meer doen.

Soit, op maandag boek ik via internet een afspraak in de "neighbourhood clinic". Dat gaat vlotter dan bellen naar het call center om een afspraak te maken, want daar moet je meteen ook je hele ziektebeeld vertellen.
Onze "clinic" is trouwens op loopafstand en bevindt zich op de derde verdieping van een nieuw complex. Het dokterskabinet - als je het zo nog kunt noemen- is gloednieuw en super verzorgd. In de lobby moet je je dan aanmelden, waarop een van de drie aanmeldingsdames je blad uitprint met al je gegevens op. (De twee anderen zitten meestal met hun vingers te draaien.) En dan word je opgehaald door de verpleegster die je meeneemt naar een kotteke, waar ze je - standaard - weegt, je bloeddruk en temperatuur opneemt en je dossier via de pc opent en nog eens met je checkt. Zij vraagt wat er scheelt en je doet je hele verhaal terwijl zij wat woordjes typt. Dan word je veelal weer meegenomen naar de wc waar je in een potje moet plassen. Aan de muur hangt daar trouwens een 15-stappen-plan van hoe je een 'proper' staal moet afgeven. Hilarisch. Direct naast de wc is er een stalen deurtje waar je dan je staal achterlaat en dat het laboratorium via hun stalen deurtje onmiddellijk onderzoekt. Een waar urine-doorgeefluik. Veelal nog iemand anders begeleidt je dan terug van de wc naar dat kotteke waar je dan op de dokter moet wachten. En als hij dan via zijn deur binnenkomt (jaja, aparte deur, dokters- en patientengedeelten zijn mooi van elkaar gescheiden), krijg je een kwartier om nog eens je verhaal te doen tegen hem. Het is een ongelooflijk fantastisch gestroomlijnd proces waar Ford fier zou op zijn.
Nu, ik heb dit lopende band-gevoel ook al in Belgie meegemaakt. Ga maar eens naar de gynaecoloog in het Heilig Hart in Leuven. Maar bij de huisarts was het toch nieuw voor mij. Bij de huisarts in Leuven moest ik veelal uren in de wachtzaal zitten, ook al had ik een afspraak, om daarna zelf erg lang bij de dokter te zitten. Dat was niet altijd mijn schuld. Mijn huisarts kreeg om de haverklap telefoontjes van patienten die nog om extra raad of resultaten en diens meer vroegen. Hier heb ik de dokter zelf nog nooit aan de telefoon gehad. Ook niet als hij op maandag de boodschap gaf dat ik hem de volgende dag moest bellen als het niet beter was. En de resultaten van stalen vind ik mooi allemaal op mijn "clinic-account" terug.

Op dinsdag bel ik dus. Je belt echter altijd eerst een call center die je dan doorverbinden naar de verschillende 'clinics'. En zo kreeg ik dan via via de hoofdverpleegster van mijn 'clinic' aan de lijn in plaats van de dokter. Die vraagt me gewoon: heb je rugpijn? en ik zeg neen. Alles in orde dus. Okee, ik geef toe dat ik nogal weigerachtig was om pijn te voelen omdat de dokter mij gezegd had dat een nierontsteking in dit land veelal intraveneus behandeld wordt.
Ik verklaar mezelf dus voor genezen en begin vol goede moed op woensdagochtend aan het huishouden, wat niet lukt. Tegen 's middags lig ik languit in de zetel en rond vier uur - het uur dat ik een nieuwe afspraak heb bij de dokter - kan ik met moeite nog lopen van de pijn. Resultaat? Zware antibiotica en pijnstillers. Op donderdagochtend zit ik met Janne in de zetel terwijl het zwart voor mijn ogen wordt en ik hartkloppingen heb, ondanks die pijnstillers en antibiotica. Rond hetzelfde moment belt de hoofdverpleegster me op met de vraag of het al wat beter gaat. Niet dus. Blitzbezoek aan de dokter, die zeer vriendelijk aan Frederik duidelijk maakt dat hij zelf niets meer kan doen en dat spoedgevallen voor dit soort zaken aangewezen is.

Spoed valt samen te vatten als nog meer plas- en bloedstalen, dokters en verpleegsters in alle vormen en gedaanten, ultrasounds en onzekere diagnoses. Blijkbaar waren mijn arts en de hoofdarts van spoed het niet helemaal eens over mijn geval, waardoor ze allebei langskwamen en ons uiteindelijk de keuzes lieten maken. En dan eindelijk na nog eens vier uur, het verlossende morfine-shot en een baxter met antibiotica. Toen voelde ik me fantastisch en was ik klaar om naar huis te gaan. En zo is het ook gegaan. Na nog een shot van morfine en een boterham met yoghurtje, heeft Free me thuis in bedje gelegd en heb ik voor de volgende twee dagen vooral geslapen.

Ondertussen ben ik weer helemaal genezen en dat weet ik zeker omdat elk genezingsproces hier bij mij eindigt met dezelfde vraag: hoeveel zal dit weer gekost hebben? De prijs van het namiddaguitje spoed is 3618,54 dollar. Daarvan heb ik al een overzicht gekregen. Hoeveel we daar zelf van moeten betalen, is nog niet duidelijk. En ook de facturen van alle doktersbezoeken en plas- en bloedstaaltjes moeten nog beginnen toestromen.
En wij mogen dus echt niet klagen. Mensen die we kennen, hebben elk een parttime job zonder ziekteverzekering. Zelf bijdragen betalen kunnen ze zich niet veroorloven. En dan breekt die kerel zijn pols: een factuur van rond de 5000 dollar. Wat dan weer tot andere verhalen leidt van mensen die twintig jaar lang 20 dollar afbetalen aan het ziekenhuis voor hun ziekenhuisopname in de jaren stillekes. Andere vrienden hebben geen "dental" en zijn al in jaren niet meer naar de tandarts geweest. Bij tandpijn nemen ze een aspirientje.

De moraal van het verhaal: don't get sick! En drink veel water.